Archive for januari, 2022

Beroep: politieagent

dinsdag, januari 18th, 2022

Leden van een beroepsgroep, die met outfit en uitrusting haar bestaansreden plastisch belichaamt, worden door een VN-rapporteur beschuldigd van excessief geweld. “De politiebonden reageren woest” – niet op het gewraakte politieoptreden, maar op de kritiek. Hun zelfbewust zelfbeeld berust op het volgende:

1. Naast haar concrete deeltaken en veelzijdige beschermingsfuncties voor uiteenlopende staats- en burgerbelangen is de hoofddoelstelling van de politie de beveiliging en handhaving van de soevereiniteit van het staatsgeweld. Als diens gewapende arm zet de politie het statelijke geweldsmonopolie door en verschaft zo de statelijke autoriteit onvoorwaardelijke erkenning in de samenleving, d.w.z. ze zorgt er heel principieel voor dat alles wat de staat via recht en wet zijn samenleving verordent en toestaat, gehoor vindt en erkend wordt als maatschappelijk te respecterend kader bij het nastreven van de eigen belangen, dat de samenleving zich dus aan het gezag onderwerpt en hem – ongeacht alle private belangen – onvoorwaardelijk gehoorzaamt. Het doorzetten van het geweldsmonopolie is de voorwaarde van al het statelijke handelen en daarom het hoogste doel van de staat; daarvoor permitteert hij zich een beroepsgroep, die hij volgens het principe bevel en gehoorzaam hiërarchisch organiseert, en voorziet van omvangrijke geweldsmiddelen.
2. Als instrument van het staatsgezag is de politie het geweld binnen de natie, en voor het doorzetten van het geweldsmonopolie behoeft het een heleboel geweld. Ter waarborging van de statelijke soevereiniteit moet de geweldsafdeling altijd en overal paraat staan, zodat zich niets en niemand kan onttrekken aan de gewapende arm van de wet. Die moet alle activiteiten in de samenleving zo dominant kunnen controleren dat elk verzet zinloos is, en de bevolking bij het nastreven van haar belangen afziet van geweld, en recht en wet als verplichtende basis van haar privébestaan erkent. Met haar alomtegenwoordigheid en gewapende superioriteit creëert de politie de nodige afschrikking, zodat de gehoorzaamheid van de bevolking t.o.v. van de rechtsorde het directe geweldgebruik doorgaans overbodig maakt. Waar het doorzetten van recht en wet niettemin de politionele hardhandigheid vereist, wordt de gewelddadige basis van de statelijke orde evident, die de brave burger gezien de onbetwistbaarheid van het geweld en diens geslaagde afschrikkingsprestatie zo graag vergeet, wanneer hij in vrijheid zijn concurrentiebelangen nastreeft en de heersende rechtsstatelijke orde met de afwezigheid van geweld verwisselt – althans zolang hij niet zelf geconfronteerd wordt met gewapende wetshandhavers.
3. Als uitvoerders van de statelijke geweldsbehoefte wordt van politieagenten verwacht dat ze alle schendingen van de rechtsorde bij voorbaat verhinderen, of repressief bejegenen. Met hun geborneerde blik op ( potentiële ) wetsovertreders, wier beweegredenen in het schema van “toegestaan of verboden” niet voorkomen, hebben ze de hele samenleving kritisch te observeren, naar misdadigers te speuren en de opgepakten adequaat te behandelen. Om hun opdracht goed uit te voeren, moeten zij in persona altijd in staat en bereid zijn rücksichtslos tegenover zich en de anderen geweld uit te oefenen, en de “directe dwang” zo lang te escaleren tot elk verzet gebroken en de situatie onder hun controle is; daarbij zijn ze in de praktijk aangewezen op de voorbehoudloze, tot offer bereide, als korpsgeest geïdealiseerde verbondenheid van de groep. Om aan dit veeleisende beroepsprofiel te voldoen, moet de politieagent zich met de gewelddadigheid van de rechtsstaat, waarvan hij de incarnatie is, identificeren en met morele partijdigheid de onbetwistbaar goede reden voor zijn eigen geweldsaanwending als absolute noodzakelijkheid verinnerlijken. De gewelddadige beroepsinhoud moet als “law-and-order”- standpunt zijn tweede natuur worden. Dat dit geëiste en gestimuleerde ordefanatisme bij grote delen van het gewapend personeel gepaard gaat met de navenante gezindheid, is werkelijk geen wonder…
Uittreksel uit: Gegenstandpunkt 4-2020

Democratische verdeeldheid

dinsdag, januari 18th, 2022

Pluralistisch palaver of “maatschappelijke polarisatie”?
Volgens de vrije media staat er iets waardevols op het spel: steeds meer Nederlanders lijken steeds minder te beseffen dat ze een volk zijn.
De objectieve waarheid van deze eenheid bestaat daarin dat de Nederlandse burgers – evenals de leden van elk staatsvolk – onderworpen zijn aan één en hetzelfde gezag. Voor zover deze eenheid een subjectieve waarheid heeft, bestaat die daarin dat de burgers deze abstractie aan zichzelf voltrekken en tot de merkwaardige eigenschap “nationale identiteit” maken, doordat zij hun gemeenschappelijke onderworpenheid ophemelen tot morele gemeenschap, die beschermd wordt door het statelijke geweld. Het koesteren van deze identiteit celebreert weliswaar steeds de morele eenheid van het volk – maar geschikt voor het stichten van harmonie is het allerminst. De alledaagse praktijk van de nationale identiteit is een permanent twisten over wie zijn plichten tegenover de morele gemeenschap nakomt – en wie juist niet, waardoor de rechten van de plichtsgetrouwen worden beknot.
Dit twisten kent enkele escalatieniveaus, wat tevens geldt voor de middelen die ter bescherming van de verstoorde gemeenschap overwogen worden en eventueel worden ingezet. Het spreekwoordelijke “elkaar de maat nemen” inzake rechten en plichten eindigt consequent met de vraag wie zijn eigen belangen laat prevaleren boven de pure abstractie, dus wie überhaupt nog deel uitmaakt van de morele gemeenschap.
Wat de media betreft die momenteel ten aanzien van zo’n ongezellige volksgemeenschap eensgezind hun bezorgdheid uiten ( bijv. “Hoe lossen we de toenemende verdeeldheid in onze samenleving op?” KRO-NCRV 17.1.2022) – zij verwoorden kennelijk het ideaal van een perfect democratisch staatsburgercollectief, waar alle democratische regenten van dromen: over burgers regeren die niet vragen wat de staat voor hen kan doen, maar wat zij voor de staat kunnen doen.

(Wie zich zorgen maakt over de “toenemende verdeeldheid” kan gerustgesteld worden: de situatie is pas penibel als burgers massaal, gedesillusioneerd over de politiek, niet alleen de verkiezingen mijden, maar in de gedaante van werknemers, verontwaardigd bijvoorbeeld over de weigering van hun werkgevers de inflatie met loonsverhogingen ruimhartig te compenseren, het vertrouwen verliezen en trachten de “samenwerking” te beëindigen.)

De bestorming van het Capitool

woensdag, januari 12th, 2022

Enkele opmerkingen over een patriottische ziel
Miljoenen kiezers uit het geweldigste (greatest) volk op aarde stonden en staan blijkbaar achter de beruchte bestormers van het Capitool; behorend tot diverse sociale lagen, verbindt hen onderling en met hun president de onvoorwaardelijke liefde voor de vrijheid. Deze heiligste waarde, dat moet gezegd, heeft een profane inhoud: zich handhaven in de concurrentie om geld met de respectievelijke middelen waarover de individu’s als hun eigendom beschikken. Hetgeen voor de meesten betekent dat hun vrije bestaanswijze een zeer afhankelijke blijkt: “hard working” voor hun bazen, of als zelfstandigen zo zelfstandig werken dat ook hun dromen van carrière en onafhankelijkheid doorgaans dromen blijven. Vrij zijn ze natuurlijk niet in die zin dat ze de deelname aan dit buitengewone bestel zouden kunnen weigeren – ze worden door het vrije staatsgeweld ertoe verplicht, lang voordat en onafhankelijk ervan of ze daarin het toppunt van menselijke vrijheid zien: het directe tegendeel van een van bovenaf opgelegd leven.
Vanzelfsprekend genieten zij de vrijheid om daarover te denken wat ze willen. Dat doen ze dan ook, en wel op een manier die de bestuurders en profiteurs van dit systeem goed uitkomt: ze beschouwen de kapitalistische concurrentiemaatschappij als terrein voor het verwezenlijken van maatschappelijke en karakteriële deugden: van “free enterprise”, dus het recht voor zichzelf iets te “ondernemen”, en van “self-reliance”, dus de plicht voor zichzelf te zorgen zonder hulp nodig te hebben… Ver verheven boven de vraag of het in zelfbeschikking verdiende inkomen überhaupt elke maand toereikt, vinden ze de markteconomische strijd om het bestaan dermate plausibel en attractief dat ze zich verbeelden eigenlijk zelf de heren over dit gebeuren te zijn, wanneer ze volgens zijn regels, principes en wetmatigheden handelen. Zij kunnen zich – zoals van overheidswege gewenst – zo totaal identificeren met deze productiewijze en haar machtsverhoudingen dat ze de Amerikaanse grondwet (een verzameling voorschriften omtrent moeten en mogen) duiden als opdracht voor regeringen de burgers met rust te laten, resp. ervoor te zorgen dat ze met rust worden gelaten. Volgens deze legende hebben de fameuze “founding fathers” de Amerikaanse staat vooral gesticht door hem in te perken.
In zijn plaats kwam een unieke, tegelijk wereldwijd voorbeeldige samenleving van zelfverantwoordelijke geluksjagers. Die vestigden op het Noord-Amerikaanse continent een expansief “homeland” voor een uitverkoren volk dat – vrije eigenaren die ze zijn – niets cadeau krijgt, maar een van God gegeven natuurrecht heeft op alles wat het zich toe-eigenen kan als middel voor zijn markteconomisch ageren. Uitgerekend in deze bedrijvigheid – in de concurrentie met alle inherente tegenstellingen – vinden Amerikanen de bron van hun eenheid. De economische strijd drijft hen niet uit elkaar, maar versmelt ze tot een collectief met de gemeenschappelijke wil om fair te concurreren; of rijk of arm, of machtig of niet: ongeacht alle klassenverschillen, die er ook in de Amerikaanse versie van de kapitalistische “way of life” bestaan, zijn ze identiek in hun trots de enige werkelijk vrije, dus volmaakte mensen te zijn…
Hun trots op vaderland en vlag is dermate groot dat ze enerzijds uiterst kieskeurig beoordelen of iemand geschikt is om volwaardig mee te doen in “the land of the free” tussen “rustbelt” en Silicon Valley, en anderzijds hun regering steun beloven en succes wensen bij het exporteren van dit vrijheids-eldorado naar de hele wereld… Megalomanie en ongeëvenaarde mogendheid zijn nu eenmaal onafscheidelijk.
Waarom enkele duizend van deze fanatici der vrijheid – (wantrouwig t.o.v. belasting heffende overheden en on-Amerikaanse sociale voorzieningen, naar eigen zeggen gewapend ter bescherming tegen een overmachtig bewind) – in het centrum van de macht een poging wagen om hun president, als een soort moderne monarch, aan de macht te houden, wordt uitvoerig uitgelegd in:
Gegenstandpunkt 1-2021

Inflatie en inflatie

zondag, januari 9th, 2022

De inflatie hoort bij de markteconomie. Dat weet iedereen. Ook wat dit betekent voor al degenen die loon moeten verdienen en daarmee in hun levensonderhoud voorzien door de geëiste consumentenprijzen te betalen, en wier koopkracht door het fenomeen van de algemene prijsstijging continu afneemt: deze mensen worden steeds armer – een alom aanvaard automatisme, als het ware bij de prijs inbegrepen.
Daarnaast – dat weet misschien niet iedereen en moet het ook niet weten, de markteconomische deskundigenverstand echter wel, en op die komt het immers aan – heeft de inflatie een heel andere, veel grotere betekenis. Zij is een indicator.
Want
– als de inflatiedynamiek, naar verluidt, momenteel weer toeneemt, dus de vraag opkomt of deze ontwikkeling een tijdelijk fenomeen blijkt, waartegen spreekt dat vooral de grondstofprijzen sterk stijgen en internationale leveringsketens met onderbrekingen kampen, dus of de inflatie juist daarom langdurig buiten controle raakt, alhoewel die vrees, globaal bekeken, gezien de enorme productiecapaciteiten van de gehele wereldeconomie wellicht ongegrond is,
– als bijgevolg onduidelijk is hoe de financiële toezichthouders reageren wanneer hun beoogde inflatiepeil overtroffen wordt – blijft het bij de ruimhartige geldpolitiek en de aandelenopkoopprogramma’s of stijgen de rentes en verslechteren zo de financieringsmogelijkheden van ondernemingen, wat de sfeer op de beurs natuurlijk zou verzieken, om nog maar te zwijgen van mogelijke bedrijfsfaillissementen –,
– als reeds nu markttrends zich aftekenen volgens welke marktdeelnemers in profylactische reactie op dreigende inflatie-uitwassen, of ook slechts op hun hoogstpersoonlijke inflatieangsten of de eventuele van hun collega’s, opteren voor solide reële vermogenswaarden als vastgoed, infrastructuur, kunst, landbouw en veehouderij,
– als al met al ongewis blijft welke samenhang precies bestaat tussen vaccinatiegraad, de hoogte van het bruto nationaal product en de inflatiegevaar…,
dan is dat alles zonder twijfel te bedenken, te wikken en wegen en in de calculaties van degenen in te voeren die hun geld niet gebruiken om te winkelen, maar om te investeren en derhalve voortdurend op zoek zijn naar houvasten die ze motiveren tot kopen, houden of verkopen van al de mooie op de beurzen van deze wereld verhandelde waardepapieren, dus in de calculaties van degenen die door de praktijk van hun speculaties de reëel bestaande fictieve kapitalistische rijkdom creëren en vernietigen, waarvan, zoals bekend, erg veel, als niet alles afhangt. Dat de werkelijk relevante, dus eigenlijke betekenis van de inflatie met hun inflatiezorgen samenvalt, is daarom in orde, evenals de publicistische behoefte van bepaalde kringen om via de economiepagina’s van de serieuze pers en televisie ook een breder publiek bij deze zorgen te betrekken.
En evenzo is het in deze context in orde, dat hen die gewoonweg bij de kassa steeds meer moeten betalen, tot slot ook nog als opgetelde consumptie de achtenswaardige rol van indicator ten deel valt.
Gegenstandpunkt 3-2021

Renitente teleurgestelde onderdanen

vrijdag, januari 7th, 2022

Terwijl de meeste burgers de gevolgen van de beperkende coronamaatregelen voor werk en vrije tijd als uitdaging nemen om weer eens hun vermogen tot aanpassing aan en zelfbeperking in “moeilijke tijden” te demonstreren, hopend dat de overheid ooit voor betere zorgt, gedraagt zich een minderheid afwijkend. Haar vertrouwen in de regering is ernstig beschadigd. In de optiek van “wappies, vaccinweigeraars, coronaontkenners” etc. verzaakt de overheid haar taak de zelfontplooiing, die een vrij individu in de burgerlijke concurrentieorde zou toekomen, te waarborgen.
Uitgerekend een beleid dat in het belang van het verdere soepel functioneren van het maatschappelijke leven de tijdelijke stillegging van de gewone gang van zaken verordent: ten behoeve van het kapitalistische doel, staat onder verdenking stiekem de afschaffing van de burgerlijk-liberale kapitalistische grondorde te bedrijven. Een verbluffende ontdekking; zo’n gedachte is echter geen teken van verstandsverbijstering, maar de consequente intellectuele toespitsing van de teleurstelling van mensen, die het niet kunnen vatten dat nota bene de eigen regering zich vergrijpt aan hun hele burgerlijke levensinhoud. In plaats van hen in staat te stellen in vrije zelfverantwoordelijkheid naar succes te streven, hetgeen volgens hen de voornaamste plicht van een regering is, wordt dat door Rutte & Co. belet. Daar in hun ogen zoiets volstrekt onmogelijk is, niet waar zijn kan wat hen niet aanstaat, bestrijden zij domweg dat de regering geldende redenen heeft voor haar besluiten, waarvan de gevolgen hen mishagen. Wat vervolgens resteert, is het afleiden van deze gevolgen uit de werkelijke doelstelling waar het de regering om zou gaan: om niets anders dan vrijheidsberoving en monddood maken van haar burgers. En daar ze dit natuurlijk niet eerlijk kan zeggen, blaast ze een belachelijk virus op tot grote gevaar voor de samenleving en zichzelf tot redder van het volk voor diens voortschrijdende decimering.
Daarmee heeft het burgerlijke verstand succesvol afscheid genomen van elk onderzoek van de materiële schade waar hij zich aan stoort, alsook van alle politieke en economische redenen waar die uit voortkomt; in plaats daarvan houdt hij zich bezig met het construeren van fake-fantasieën om zijn idee-fixe dat het kwaad de macht usurpeert in de democratie overtuigend te illustreren. De vondsten die zo tot stand komen zijn weinig origineel. Ze komen alle erop neer een vervangende grond voor het ongegronde ageren van de machthebbers plausibel te maken; die ontdekt men regelmatig daarin dat de regering haar macht misbruikt wanneer zij nalaat haar dienst voor de vrijheid van haar burgers te doen. Men maakt dus kennis met een wil die verder niets wil dan het kwaad, onderdrukking om te onderdrukken, die macht uitoefent om macht uit te oefenen, en omdat dit zonder personen die iets dergelijks willen niet te denken valt, worden bestuurders, adviserende virologen etc. vanwege hun kwade bedoelingen slachtoffers van smaad en laster, hoe primitiever de beeldvorming des te provocatiever. Dezelfde eentonigheid kenmerkt de “complottheorieën”: zeer zelfbewuste burgers die menen bedrogen te zijn om hun recht op vrije ontplooiing, kunnen daarbij putten uit de verzameling bedenksels die de onderdanige collectiefgeest gedurende enige eeuwen, op zoek naar schuldigen voor oorlog, honger, cholera en pest, heeft voortgebracht. De gemoderniseerde sprookjes over Joodse bronnenvergiftigers zijn even bruikbaar als de chips van Bill Gates…
Staatsburgers, die hardnekkig ongestoord hun geluk willen smeden in democratie en markteconomie, aanhangers van recht en orde, zijn blijkbaar zonder meer in staat hun verstand te misbruiken om waanideeën te produceren. Zo komt het dat brave onderdanen, die zich qua rechtschapenheid en plichtbesef door niemand laten overtreffen, weigeren hun overheid te gehoorzamen en, verontwaardigd over “het verraad van de machthebbers”, niet terugdeinzen voor wetsovertredingen en militante demonstraties.
P. S. : Een columniste van de serieuze Volkskrant ( 4. 1. 2022 ) verblijdt de lezers met haar narratief: “Zolang het Westen een paradijs van kansen, ontplooiingsmogelijkheden en vrije ideeënvorming is, zullen ze blijven komen ( de vluchtelingen ), van overal”. Ook een manier de democratische kapitalistische realiteit te ontkennen.

Het ellendige verlangen naar “normaliteit”

vrijdag, januari 7th, 2022

Naast de verstokte strijders die niets liever willen dan onbelemmerd door mondkapjes in vrijheid hoesten, zijn er talrijke medeburgers die min of meer publiekelijk, medelijdend gadegeslagen, eronder lijden dat zij door het epidemiebeleid werkloos worden of werktijdverkorting opgelegd krijgen, en dus met hun inkomens nog moeilijker rondkomen dan gewoonlijk. Van hen is op zijn minst zo veel onderscheidingsvermogen te verwachten dat zij uit de lastige lockdownsituatie niet meteen de dubieuze conclusie trekken dat het normale alledaagse arbeidsleven per se het summum zou zijn van begerenswaardige verhoudingen. Immers, het door de lockdown bemoeilijkte levensonderhoud werpt een schril licht op de bestaans- en overlevingsvoorwaarde die de alledaagse kostwinning zo volstrekt beheerst dat het infame ervan nauwelijks nog opvalt: het hele leven hangt af van geld, het geld van de kans het te verdienen, en deze kans van omstandigheden waarvan één ding zeker is: ze worden niet bepaald door degenen wier bestaan ervan afhangt. Op basis hiervan en vergeleken daarmee is het natuurlijk mooi als de staat in veel gevallen met geld bijspringt – dat hij wijselijk vooraf heeft ingezameld bij de massa van eventueel plotseling door inkomensloosheid getroffenen: de verzorgingsstaat met zijn werkloosheidsuitkeringen en plichtverzekeringen koestert kennelijk geen illusies over de afhankelijkheid in die hij de meerderheid van zijn burgers stort en de ellende in die zij bijgevolg altijd kunnen raken. Als hij in het coronacrisisgeval zo zegenrijk actief wordt, dan openbaart dat de kwaliteit van een normaal afhankelijk arbeidsleven: er blijkt overduidelijk hoe weinig nodig is om het “van-de-hand-in-de-tand-leven” te veranderen in een beroerd burgerlijk bestaan: binnen dagen – zonder staatssteun – of weken – met verzorgingsstaat – wordt alles bedreigd, van het wonen tot het eten. Voldoende reden om de vurige wens naar “terugkeer naar de normaliteit” iets sceptisch te bekijken, in ieder geval aan de pre-corona-toestanden iets meer kritische aandacht te wijden.
Ten slotte zijn er een hoop mensen die notitie nemen van de uitvoerige berichtgeving over hoe erbarmelijk de massa’s in de zogenaamde arme landen eraan toe zijn als zij door de epidemiebestrijding hun subsistentie verliezen, wellicht volledig in hun hutten opgesloten worden: dat daar de honger erger woedt dan de epidemie. Wie dit onverschillig laat die lijkt zich enigszins comfortabel te voelen in zijn wereldvreemdheid, gefeliciteerd. Wie zich aan deze wreedheid in verre landen echter stoort, kan er desondanks beter van afzien de thans stilgelegde normaliteit, die er anders heerst, met een klein of groot geschreven “tenminste” een bepaalde bruikbaarheid voor de menselijke overleving te attesteren – wat overigens, dit als leestip, de impliciete boodschap is van al de deels bezorgde, deels verontwaardigde, deels demonstratief zakelijke berichten over persoonlijke tegenslagen, over ontwortelde Indische seizoenarbeiders of nochtans vrolijke favela-bewoners, waarmee de serieuze media hun publiek onderhoudend informeren. Ook daar werpt de wreedheid van het uitzonderingsgeval alleen maar een schril licht op de reddeloos wrede normaliteit, die met het onplezierige afhankelijke bestaan in de markteconomisch beter gestelde klimaatzonen vooral in één punt contrasteert: de loonafhankelijke mensen in hun min of meer precaire situatie in het “rijke” noorden en westen van de wereld kunnen eigenlijk slechts rondkomen – enigszins, met behulp van sociaalstatelijke herverdeling – omdat zij voor het mondiale zakendoen als nuttige armoede fungeren, kortom: middels toepasselijke salarissen voortdurend genoodzaakt worden voor andermans economisch voordeel dienstvaardig beschikbaar te zijn. Elders is niet eens deze soort dienstbaarheid gevraagd, of alleen onder voorwaarden die dicht in de buurt komen van het voor hele bevolkingsdelen vernietigende verdict: volledig onbruikbaar voor de globale kapitaalvermeerdering. Uit de lockdown daarheen weer terug: dat kan niemand serieus bedoelen.
In ieder geval heeft iemand die over de toestanden hier en in exotische landen zo denkt andermaal de kans gemist uit een crisis een juiste conclusies te trekken over de wereld voor, na of zonder een crisis.
Pandemie XIV: Gegenstandpunkt 3-2020