Wat de VS stoort aan Iran

Terwijl de inlichtingen- en subversiedienst CIA eind februari vermeldde dat volgens zijn informatie het eerder onwaarschijnlijk is dat Iran een atoomwapen produceert, dreigde president Obama begin maart ter gelegenheid van het bezoek van de Israëlische premier Netanjahu onverholen met oorlog, gegarneerd met de belofte: “Ik bluf niet!”

Het zodoende verder op- en uitgebouwde oorlogsscenario tegen de Islamitische Republiek wordt bepaald door twee protagonisten: de VS en Israël. Hun bevoegdheid tot preventieve nucleaire ontwapening van Perzië wordt door de westerse publieke opinie in principe niet in twijfel getrokken, alhoewel de een, Amerika, zijn kernwapens niet alleen gebruiksklaar houdt, maar deze ook al twee keer met doorslaand succes en blijvende gevolgen heeft getest. De andere protagonist, Israël, bezit de bom zonder dat zijn beschermingsmacht en haar bondgenoten dat verwijtbaar achten. En in tegenstelling tot Iran heeft Israël het non-profileratieverdrag (NPV) nimmer geschonden – om de eenvoudige reden: het heeft die nooit ondertekend.

Dat Iran wegens het verrijken van uranium zich geconfronteerd ziet met deze oorlogsverklaring op afroep door twee zo vredelievende tegenstanders van geweld als politiek middel – ondersteund niet alleen door de NAVO-leden, maar met uitzondering van Rusland en China door de complete relevante statengemeenschap met hun financieel en economisch embargo – komt niet voort uit een afkeer tegen dit verschrikkelijke wapen en hangt er ook niet van af of Teheran werkelijk van plan is dit wapen te bemachtigen.

Het is veeleer zo: De Islamitische Republiek Iran ontstond uit de (in het Westen ongewenste) omverwerping van het sjah-regime; ze begrijpt zich als een staat die hogere waarden, namelijk de wet van Allah naleeft, en ze treedt militant-alternatief op tegen de hegemonie en de waarden-canon van het democratische imperialisme. Ze veroorlooft zich dus met haar anti-westerse en islamitische opstelling een soort vijandschap tegen het westerse systeem, probeert partners te winnen en biedt zich aan als partner voor staten die opponeren willen tegen het VS-overwicht. Iran bestrijdt de hegemonie van de VS in een regio waar deze “vitale belangen” hebben, van de energieverzorging en de onduidelijke machtsverhoudingen tengevolge van de “Arabische lente” tot de aanstaande omverwerping van de regering Assad in Syrië; om maar niet te spreken van de nasleep van de Irak-veldtochten en van de veiligheidspartner Israël, dat zijn staatsoprichtingsproces ten koste van de Palestijnen nog lang niet heeft voltooid. In de ogen van de VS vormt Iran bovendien een bedreiging omdat het middelen heeft om zijn anti-Amerikaanse activiteiten kracht bij te zetten. Door zijn olie-inkomsten beschikt het tot nu toe over economische en militaire potenties die hem in staat stellen Amerikaanse directieven niet alleen te negeren maar ook daartegen op te treden. Voor de door de VS geleide mooie vrije wereld van het democratische imperialisme is Iran dus een gevaarlijke stoorfactor en wordt navenant behandeld. Dat betekent: de VS en hun partners eisen en bevorderen een “regime change”.

In deze context staat dus het Iraanse nucleaire programma resp. de bestrijding daarvan door de VS en Co. Voor hen is het niet pas dan ondragelijk als daaruit een atoombom voortkomt, maar het is vanaf het begin onaanvaardbaar omdat reeds de opbouw van kerntechnologie per definitie de mogelijkheid biedt om naast kerncentrales ook kernwapens te produceren. Wat betreft de bondgenoten en partners van de VS geldt zo’ n vijandschap natuurlijk niet. Duitsland, dat evenals de ajatollahs officieel en voor alle tijden kernwapens heeft afgezworen, beschikt nochtans al lang over datgenen wat Iran nog aan het ontwikkelen is: een hoogmoderne kerntechnologie. Japan en Canada krijgen ondanks alle concurrentie om wereldmarkt en wereldmacht nooit problemen met de controle-instanties van het NPV. In tegendeel: de VS als zelfbenoemde opperste bewaker van dit verdrag gaf hen uitdrukkelijk toestemming tot ontwikkeling van het volledige nucleairtechnische spectrum. Tegenover de Republiek Iran worden de mogelijke andere toepassingen van verrijkt uranium echter als aanleiding genomen om het door het verdrag toegestane civiele gebruik van kernenergie te verbieden. In plaats daarvan wordt het inspectieregime ingezet als chicaneus controleregime, dat vooral als officieel gesanctioneerde tussenstatelijke inlichtingendienst ageert. Daarbij verzwijgen de controleurs geenszins dat Teheran het wantrouwen in zijn nucleair-technologische pogingen uitsluitend zou kunnen sussen door het programma stop te zetten.

Iran te beletten het gebruik van kernenergie zo ver te ontwikkelen dat het in staat is nucleaire wapens te bouwen, is blijkbaar een pretentieuzer doel dan alleen maar het verhinderen van een daadwerkelijke nucleaire bewapening. Dienovereenkomstig groot gedimensioneerd zou dan ook een militaire aanval moeten zijn, óf door de Israëlische luchtmacht als solo-actie, dwz. slechts met logistische en wapentechnische NAVO-ondersteuning, óf als joint venture met de VS. Geen wonder dat daartegen, vanwege de onafzienbare gevolgen, zelfs de generale staf van het Israëlische leger nog bezwaren opwerpt.

Vandaar dat voor Obama het repertoire van de wereldmacht ter eliminering van het Iraanse stoorgeval nog niet uitgeput is, en zijn dreiging met een militaire aanval als ultima ratio moet de al te strijdvaardige Israëlische vriend voorlopig in toom houden. Anders dan bijvoorbeeld bij het uitschakelen van Gaddafi geven de VS in het geval Iran de leidende rol niet uit handen. Er worden rechtvaardigingen gefabriceerd die de VS de bevoegdheid tot elke maatregel geven en de “statengemeenschap” noodzaken zich daarbij aan te sluiten, en die gezien hun “plompheid” en “ongeloofwaardigheid” doen denken aan het onvergetelijke optreden van Colin Powell, Bush’ s minister van Buitenlandse Zaken, in de VN-Veiligheidsraad met zijn onweerlegbare bewijzen voor de massavernietigingswapens van Irak. Een vermeend door Teheran beraamd attentaat op de Saoedische ambassadeur in de VS is volgens Amerikaanse lezing gelijk te stellen met de planning van een terroristische aanslag op Amerikaans grondgebied en komt dus in de buurt van 9/11: de Iraanse regering – een “terreurregime” dat de soevereiniteit van andere staten niet respecteert en de VS op hun eigen territorium wil aanvallen. Daaruit leidt de Obama-regering het recht af Iran aan te vallen ook zonder internationale medewerking resp. VN-mandaat. Daarop vooruitlopend scheppen de VS ingrijpende feiten, vooral de unilaterale sancties (die in het volkerenrecht gelijkstaan met krijgshandelingen) en confronteren Rusland en China zo met de vraag of ze zich dat willen laten gevallen. Duitsland en de EU maken inmiddels zonder strubbelingen deel uit van het anti-Iran-front; ze werken met eigen sancties mee aan het “verlammen” van Iran.

Hun maatregelen beogen de ruïnering van Iran: alle middelen waar deze staat over beschikt, worden bestreden. Met de krachten van een supermacht wordt het voorbereidende werk gedaan om Iran definitief op de knieën te dwingen. De VS laten duidelijk blijken dat de nu in werking tredende economische sancties niet slechts het Iraanse nucleaire programma moeten blokkeren. Ze moeten Iran’s op gas- en olieverkoop berustende nationale economie ontwrichten en het land afsnijden van het internationale geldverkeer, dus alle geldbronnen uitdrogen waar het zijn weerstand tegen de VS mee financieert. Zo moet Iran internationaal geïsoleerd worden.

Door de “Patriot Act” heeft de Obama-regering elk economisch verkeer met Iraanse banken als witwassen van geld en bedreiging van de “Homeland Security” gedefinieerd. Elke onderneming uit derde landen – de Amerikaanse ondernemingen is het verkeer sowieso al lang verboden – die handelsverdragen afsluit met Iran en tegelijkertijd bij een Amerikaanse bank een rekening heeft, riskeert een aanklacht wegens een zwaar vergrijp en loopt de kans te worden buitengesloten van het zakenverkeer met de VS.

Staten in het Midden-Oosten die onder president Bush nog aarzelden zich in te voegen in het front tegen Iran omdat ze niet nog een oorlog in de regio wilden, worden door het creëren van een “oorlogsachtige situatie” bij deze betrokken. Door de sancties ondervinden ook Iran’s buurlanden economische schade; en indien ze deelnemen aan de boycotmaatregelen zijn ze frontstaten tegen Iran. Daarvoor worden de Golfstaten door de VS van alle noodzakelijke militaire middelen voorzien. Als opmarsgebied voor de VS onontbeerlijk, mag Bahrein de opstand van zijn bevolking neerslaan met behulp van Saoedi-Arabische interventietroepen, en zelfs de vriendschappelijke kritiek op Saoedi-Arabië wegens “democratisch deficiet” blijft achterwege sinds de confrontatie met Iran op de agenda staat. De burgeroorlog in Syrië resp. de strijders tegen de regering kunnen op veel Amerikaanse sympathie rekenenen, omdat zo een bondgenoot van Iran en zijn belangrijkste steun in het Midden-Oosten behoorlijk verzwakt wordt.

Tamelijk onverschillig registreert de democratische publieke opinie ook de overgang van de VS-regering van “the war on terror” naar een terroristische guerillaoorlog: blijkbaar voeren CIA en Mossad naast preventieve executies van leidende Iraanse wetenschappers ook sabotages uit, zoals het oplopende aantal “ongelukken” en de wormaanval op de besturingssoftware van Iraanse kerncentrales duidelijk bewijzen.

Als de regering in Teheran – in dit geval in overeenstemming met de anders hier te lande als “democratisch alternatief” voor Ahmadinedschad en de mullahs zeer gewaardeerde oppositie – van krijgshandelingen spreekt, heeft ze weliswaar gelijk; maar de VS en hun helpers voelen daardoor alleen maar hun verwachting bevestigd op de goede weg te zijn, omdat de vijand kennelijk geraakt werd als hij zich geraakt toont.

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.