Wilders en andere democraten

Europa’s “rechtspopulisten” hebben de wind mee; hun aanhang groeit. Ze ageren tegen een bepaalde, door buitenlanders “binnengesleepte” geloofsgemeenschap, de Islam. Ze zien een “voortschrijdende islamisering” van Nederland resp. Europa en waarschuwen zelfs voor een “islamitische verovering van onze samenlevingen”. In Nederland verwijten Wilders en andere “rechtspopulisten” de democratische partijen door integratiebeleid, islamconferentie’ s, het toestaan van de bouw van moskeeën…, kortom: door multiculturalisme de Nederlandse volkseenheid te beschadigen en de kernwaarden van het christelijke Avondland, het nationale bindmiddel, op het spel te zetten. Ze vergissen zich in meervoudig opzicht.

*

1.
De gemeenschap der Nederlanders, het Nederlandse volk, komt niet als waardengemeenschap tot stand, maar is een door de overheid dagelijks in praktijk gebrachte functionele abstractie van alle economische, politieke en sociale tegenstellingen die deze gemeenschap kenmerken. De inhoud daarvan luidt: iedereen die door het politieke machtwoord tot Nederlandse staatsburger wordt verklaard en bij het Nederlandse volk wordt gevoegd, heeft op zijn respectievelijke positie in de samenleving – als arbeider of fabriekseigenaar, als bijstandtrekker of miljonair, als soldaat of generaal, als student of professor, als “Henk en Ingrid” of lid van de elite – zijn voor de maatschappij nuttige functie te vervullen.
2.
Desalniettemin is de verheffing van het volk tot zedelijke eenheid, tot waardengemeenschap, niet overbodig, integendeel: door de democratische nationale opvoeding en vorming krijgen de burgers de leugen over de boven elke twijfel verheven topkwaliteit van hun vaderland ingeprent, waar men zich thuis kan voelen en waarvoor “wij” met z’n allen uiteindelijk samenwerken. Een uiterst dienstige ophemeling, juist als resp. omdat de meerderheid van hen niet bepaald makkelijk rondkomt in het beminnelijke vaderland.
3.
Dit tot zedelijke norm geworden nationalisme zorgt er tevens steevast voor dat het volk zich inleeft in de politieke mensensortering, waar de beleidsmakers telkens mee bepalen wie weer eens deel uitmaakt van de volkseenheid en wie daarvan wordt buitengesloten. In de loop van de geschiedenis hadden “de Nederlanders” vaker de gelegenheid om te wennen aan veranderde samenstellingen van het nationale “wij”.
4.
Sinds enige tijd voelen zich de democratische volkspartijen wederom geroepen om hun nationale volkseenheid nieuw te definiëren. Ze doen aan vreemdelingen, waaronder talrijke moslims, een inburgeringsaanbod. Niet alleen de nakomelingen van Nederlanders zijn Nederlands – een lot dat hen automatisch, zonder dat ze daarvoor hebben gekozen, te beurt valt; ook een buitenlander mag Nederlander worden, zelfs iemand zonder christelijk-avondlandse socialisatie: in de ogen van “rechtspopulisten” een schandaal en, in combinatie met veel te makkelijk toegekende verblijfsrechten, de eerste stap in richting ondergang van het Avondland.
5.
Daarbij stemmen deze “rechtspopulisten” met de toonaangevende democraten, die toch al hun inspiratiebron zijn, volledig overeen wat de aangelegde nationale maatstaf betreft. Ook Rutte, Leers en hun voorgangers willen niets anders dan een halt toeroepen aan de dreigende ontwrichting van de volkseenheid, hetgeen ze vooral opmaken uit het oprichten van (vaak verpauperde) “islamitische parallelmaatschappijen”. Ook zij beogen de volkseenheid als intacte gemeenschap van zedelijk sterke, in de geest van het hoogste wereldlijke gezag – de kernwaarde heet hier Nederland resp. grondwet – opgevoede staatsburgers te handhaven. Ook zij verdenken in eerste instantie zeer principieel elke buitenlander van “deloyaliteit” tegenover de overheid, juist omdat hij buitenlander is. En ook zij zien in de islamitische geloofsgemeenschap een concurrentie op het gebied van zedelijkheid, wellicht de voedingsbodem voor fundamentalisme en terrorisme.
6.
Uitsluitend over het teweegbrengen van een zedelijke volksgemeenschap onderscheiden zich de meer realistische beroepsnationalisten uit het (gedoog-) kabinet van hun fanatieke beroepscollega’s uit het uiterst rechtse spectrum, de zogenoemde “rechtspopulisten”. De traditionele democraten weten immers dat ze het grote aantal buitenlanders met “on-Nederlandse zeden en geloofsbelijdenis”, dat sinds geruime tijd hier te lande leeft en merendeels zoals gewenst functioneert, niet zomaar kunnen uitwijzen. Ze beseffen dat de radicale oplossing, die “rechtspopulisten” openlijk en zij als “ware” democraten slechts stiekem prefereren, onafzienbare nationale en vooral internationale gevolgen voor het Nederlandse staatswezen zou hebben. Zo hebben ze na enkele decennia ingezien dat ze de “vreemdelingen” moeten accepteren; en uit dit besluit en zijn wreed alternatief blijkt een xenofobische logica die nauwelijks verschilt met de propaganda van “rechtspopulisten”: óf de allochtonen bewijzen in de praktijk hun integratiewil, worden met huid en haar Nederlanders die met al hun denken en doen achter het Nederlandse staatsgezag staan – óf ze hebben hier niets te zoeken. En tegenover de moslims onder hen luidt de integratie-eis mutatis mutandis: óf ze beschouwen Nederland en hun lot als door God resp. door de profeet gewild, óf…
7.
Het is deze van de moslims geëiste integratiewil – aan te tonen door taal, voldoende inkomen, gehoorzaamheid aan de wet, opgeven van het oorspronkelijke staatsburgerschap, moraal en weetjes over de Nederlandse politiek, cultuur en geschiedenis – die Wilders en zijn “rechtspopulisten” zeer fundamenteel en met gebruikmaking van alle bekende varianten van racisme betwijfelen. Ze zijn fanatici van de verdenking tegen het “vreemde” (waar trouwens elke vreemdelingenwetgeving op berust) en verwijten de regerende politici het “gevaar van het Islamisme” te bagatelliseren. Daarbij stappen de heersende democraten met hun integratiebeleid geenszins af van hun principieel voorbehoud tegen islamitische buitenlanders. Integendeel: ten eerste behouden ze zich het definitieve oordeel erover voor of de alomvattend getoetste immigranten daadwerkelijk de gewenste mate van Nederlands patriottisme opbrengen, waarvan ze het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit afhankelijk maken; en ten tweede zijn de immigranten dan niet simpelweg Nederlanders, maar ze blijven nog generatie lang Nederlanders met een “migratieachtergrond”. Men kan immers nooit weten, weet de democraat, wie zich in geval van oorlog zal ontpoppen als vijfde colonne van de vijand.
8.
Het wantrouwen en de verdenking die tegenover de moslims na 9/11 werden verscherpt, zijn de basis voor een passende aanvulling op de integratiepolitiek. Dezelfde mensen wier integratiewil in theorie en praktijk wordt getoetst, zijn namelijk tegelijkertijd het onderwerp van veiligheidsmaatregelen die deel uitmaken van het binnenlandse anti-terreurbeleid. De vermeend menslievende integratiepolitiek (“bestrijding van achterlijkheid”) is kennelijk een hoofdstuk van de nationale anti-terreurpolitiek: goede Nederlandse moslims, daarop bouwen Rutte, Opstelten, Leers en co. in tegenstelling tot Wilders en co., zijn geen volgelingen van een door Mohammed bezield terreurnetwerk; want ze zijn geheel vrijwillig gehoorzaam aan het hoogste gezag in de kleuren rood-wit-blauw.

*

Wie de Nederlandse democratie, de civiele maatschappij of zelfs de Europese Unie beschermen wil tegen “rechtspopulisten” gaat ten eerste voorbij aan de slechte behandeling waar de buitenlanders hier normaliter aan onderworpen zijn, en heeft ten tweede niet begrepen dat de rechtsradicale scene het fanatieke “bijproduct” is van de democratische vreemdelingenpolitiek in tijden van toenemende volksverarming in de metropolen en globaal gevoerde westerse anti-terreuroorlogen. Wie de stemmenwinst van rechtsradicale partijen als gevaar beschouwt, zou zich moeten afvragen welke politieke agenda’s eigenlijk die kiezers goedkeuren die steeds opnieuw op de “gewone” democratische volkspartijen stemmen. En wie ten slotte de oorzaak voor het groeiende “rechtspopulisme” daarin ziet dat de burgers ontevreden en verbitterd zijn over de “sociale bezuinigingen” in Europa, daaruit echter uitsluitend en uitgerekend een bedreiging van de eenheid tussen volk en staat afleidt (“Populisme is het resultaat van een gestoorde communicatie tussen elite en volk…¨: verschillende commentatoren) en dan de conclusie trekt dat de regerende democraten een betere verstandhouding met het volk moesten opbouwen (door “minder abrupte sociale veranderingen, het verkleinen van de kloof tussen winnaars en verliezers van de modernisering…”), die openbaart dat hij een voorstander is van juist het loyale staatsvolk en van juist die volkseenheid die de “rechtspopulisten” door de uitsluiting van moslims en de regerende politici door een mengeling van integratiebeleid, dreiging met uitzetting en veiligheidsmaatregelen willen creëren. Bovendien zijn er nog linkse groepen die hetzelfde ideaal met soortgelijke middelen willen bereiken, bijvoorbeeld door iets minder harde ingrepen in de sociale zekerheid, door het verzinnen van perspectieven (voor degenen die momenteel elk perspectief kwijtraken als gevolg van het regeringsbeleid), door meer kansen voor kansarme allochtonen of door compensaties voor de verliezers (die juist door hun opgelegde verliezen voor de winst van de winnaars zorgen)…; een armoedig bestaan – maar dan zonder “rechtspopulisten”, een verleidelijk perspectief.
Zie ook: De buitenlander en het probleem dat hij vormt

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.