Ebola: imperialistische epidemiebestrijding

2014 registreert de WHO de tot nu toe zwaarste uitbraak van de ebola-koorts in Afrika. Tegen de achtergrond van 14100 geïnfecteerden en 5100 doden in Liberia, Sierra Leone en Guinea erkennen de staten van de wereld op hun jaarlijkse VN-bijeenkomst zelfkritisch ebola te hebben ‘onderschat’. De epidemie zou niet minder zijn dan een ‘gevaar voor veiligheid en vrede’ ( VN-veiligheidsraad ) en een van de ‘drie grootste bedreigingen van onze tijd’ ( Obama ). Daartegen smeedt de chef van de supermogendheid een alliantie. Hij benadrukt de ‘bereidheid van de VS tot leidinggeven’ alsook de ‘kracht van de internationale gemeenschap’ zonder die ‘het agressieve virus’ niet te verslaan zou zijn. De VS-president belooft een ‘marathon met de snelheid van een sprint’, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken een ‘inhaalrace’ en de G20-top ‘de mobilisering van alle krachten en meer financiële middelen voor onmiddelijke hulpacties’.

*

Het engagement van de wereldmogendheden komt op gang met een programmatische verklaring van de VS-president voor de VN:
‘Er werd door onze landen in de laatste dagen veel hulp geboden. Maar laat ons eerlijk wezen: dat is niet voldoende (… ). Ebola is meer dan een gezondheidscrisis. Het is een groeiende bedreiging voor de regionale en mondiale veiligheid. De publieke gezondheidssystemen in Liberia, Guinea en Sierra Leone zijn ineengestort. De economische groei heeft zich extreem vertraagd. Indien deze epidemie niet wordt gestopt, zou de ziekte een humanitaire ramp in de gehele regio kunnen veroorzaken. En in een era waarin regionale crises snel kunnen uitgroeien tot een mondiaal gevaar is het in ons aller belang ebola te stoppen( … ). Ik zeg, de wereld kan op Amerika’s leiding rekenen: wij zullen de capaciteiten ter beschikking stellen die uitsluitend wij hebben, en wij zullen de wereld mobiliseren zoals wij het vroeger in crises van soortgelijke omvang hebben gedaan. Ebola te stoppen heeft voor de Verenigde Staten hoge prioriteit. Dat is een even belangrijke kwestie van nationale veiligheid voor mijn team als al het andere daar buiten. Wij zullen onze bijdrage leveren. Wij zullen ook verder leidinggeven, maar het moet een prioriteit voor iedereen zijn. Wij kunnen het niet alleen doen.’ ( 25. 9. 14 )
Niet slechts een gezondheidscrisis noch een natuurramp hetgeen uitgerekend weer Afrika treft: de president werd door zijn deskundigen inderdaad juist geïnformeerd. Er is een klassieke armoede-epidemie uitgebroken die zich in de sloppenwijken razendsnel verspreidt, het minieme economische leven in de landen stopzet en de rudimentaire gezondheidszorg ter plaatse lamlegt. Van de epidemie, die in dergelijke levensomstandigheden een uitstekende voedingsbodem heeft, neemt de president op zijn manier nota: 57 percent letaliteit wordt geëxtrapoleerd tot ‘100 000 doden per jaar’ en die tot een ‘groeiverlies van 30 miljard dollar’ ( IMF ) - wat niet alleen de lokale overheden ‘destabiliseert'’ maar ook de ‘veiligheid van de regio’. Heel koel bekijken de VS het besmette gebied vanuit het standpunt van hun belang: de gevreesde humanitaire ramp zou de politieke stabiliteit van de gehele wereld kunnen bedreigen – een consequent functionalistische kijk op risico’s en bijwerkingen voor hun wereldorde. En in dit opzicht is ebola daadwerkelijk een uitdaging: de nationale en internationale veiligheid gebiedt de getroffen mensen en staten te hulp te schieten. De op het eerste gezicht absurde opsomming van Obama die het ‘Oekraïne-conflict, de terreur van ISIS en ebola’ tot de ‘drie grootste gesels van de mensheid’ telt, is toepasselijk: Amerika identificeert verstoorders die deze vredige wereld momenteel teisteren.
Met haar diagnose definieert de wereldmogendheid ook al de enige effectieve therapie: leadership van de VS. Zonder de macht en de middelen van Amerika – ‘capabilities that only we have’- is de epidemie niet in te dammen; daarvoor heeft het echter medehelpers nodig. ‘We cannot do it alone’: zo formuleert Obama de bevoegdheid van zijn natie om ook op de wereldgezondheid te letten als op ‘anything that’s out there’, en wijst de partners hun plek toe aan de zijde van de leidende mogendheid. De wereldmogendheid deelt mee wat thans belangrijk is op de wereld; ze gaat ervan uit dat de andere naties aan alles wat er gebeurt de betekenis geven die Amerika geeft, en van Amerika het antwoord verwachten op de vraag wat er zou moeten gebeuren. Dus neemt Amerika als voorbeeld het voortouw en richt een coalitie van de gewilligen op die de wereld beschermt. Dienovereenkomstig worden staten, die zich geroepen voelen, actief en zien zich uitgedaagd bewijzen van hun prestatievermogen als epidemiebestrijders te leveren.

*

De mobilisering sorteert effect. Amper hebben de VS ebola op het niveau van de mondiale veiligheid getild, is velerlei mogelijk wat voordien onmogelijk was.
Dan wordt ‘het vergeten continent’ voor een poosje tot rampengebied verklaard. Het technisch en medisch noodzakelijke wordt gedaan of geprobeerd. Perfect geplande rampenbestrijding wordt inderhaast op de been gebracht. Amerika stuurt 900 veldlazaretten en 3000 gezondheidsadviseurs, Duitsland rekruteert vrijwilligers bij het rode kruis en het leger, de EU verhoogt haar ebolahulp tot een miljard euro, ook Chinese en Cubaanse artsenteams zijn ter plekke. Wat bij de laatstgenoemden eerder als onaangename opschepperij opvalt, dient men bij de vrije wereld hoog te waarderen: ze maakt resources vrij die er normaliter voor andere doelen bestemd zijn, zonder die in deze wereld echter geen humanitaire ramp gemanaged wordt: geld en militairen, dollars en euros, GI’s en soldaten. Het uitzonderingskarakter van zulke ‘medische missies’ ( Ban Ki Moon ) plaatst de regel allerminst in een slecht daglicht, maar verschaft deze inzet van nationaalkrediet en leger een uiterst goede reputatie: als er een toonaangevend belang is dat de eeuwige roep om hulp verhoort, dan kunnen staten wat hun politici in kersttoespraken beloven: weleens echt vrijgevig zijn! Dan is hulp de allereerste vereiste: hulp bij de ’stabilisering’ van een statenwereld waarin de toestanden van hulpbehoeftigheid steeds opnieuw gereproduceerd worden. En dan wordt het vlak van het vrijgevige ordenen van de wereld ten slotte een vlak van de nationale eer waar men bijvoorbeeld met ‘het grootste quarantainevliegtuig ter wereld’ indruk kan maken…
Als staten een behoefte uiten en geld ter beschikking stellen - het dus niet meer simpelweg om een eenvoudige verzorgingsbehoefte met twijfelachtige koopkracht gaat - dan toont ook de vaak gehekelde farmaceutische industrie wat ze kan. Dan wil iedereen de eerste zijn bij het aanvragen van octrooien en het opstarten van de productie. En uiteindelijk komt ook nog de giften-industrie op gang. Geen epidemie zonder charity! Bill Gates vult de collectebussen, bij het boodschappen doen krijgt men ‘PAYBACK-punten tegen ebola’ en er wordt natuurlijk ook gezongen.

*

In de democratisch-markteconomisch geordende wereld kan men er immers niet simpelweg op rekenen dat er hulp wordt geboden enkel omdat ze nodig en het benodigde voorhanden is. Het zijn kennelijk louter imperialistische staatsbelangen en kapitalistische voordeelsberekeningen volgens welke in extreme noodsituaties erover wordt bevonden en beslist of en hoe hulp plaatsvindt. De rampenregio’s worden daarbij niet minder. Maar als een acute ramp bij de wereldmogendheid belangstelling wekt, kan het warempel gebeuren dat men zich om de getroffenen bekommert.
Uit Gegenstandpunkt 4-14

Reacties zijn gesloten.