Obama, hope & glory

De machtswisseling in het Witte Huis wekt bij driekwart van de Amerikanen en de halve wereldbevolking een ongeremd optimisme. Behalve een handvol verstokte bewoners van de Gazastrook voelt en vindt iedereen dat de nieuwe “machtigste man ter wereld” “ons hoop” geeft. Op wat eigenlijk?

Obama is met een programma aangetreden dat “change” belooft, dus wijziging, verandering. Wat zich niet zal veranderen, is bekend – bij politici en publieke opinie in ieder geval: net als zijn voorgangers beoogt Obama Amerika’s succes, het succes van de wereldmacht; dat heeft in de laatste jaren nogal te wensen overgelaten – daarover verschillen Amerikaanse burgers en VS-politici, professionele en niet-professionele waarnemers in binnen- en buitenland nauwelijks van mening. De oorlogen die weliswaar gewonnen maar niet afgelopen zijn, het wereldwijde imago, de diepste economische crisis sinds de Grote Depressie – alles weinig tevredenstellend.

Dit nationale debâcle wordt de ex-leider en zijn team aangerekend. Het moet toch ongetwijfeld aan het prutsbeleid van de Bush-administratie liggen dat de leidende natie van de wereld, “God’s own country”, in zo’n onverdiende abominabele toestand verkeert. Met de regering-Bush waren allen tamelijk ontevreden – hetzij degenen die hun huizen in de hypothekencrisis, hun ouderdomspensioenen in de bankencrisis of hun jobs in de economische crisis zijn kwijtgeraakt of zoiets binnenkort verwachten, hetzij degenen die tamelijk lusteloos de Amerikaanse vlag hijsen omdat hun land zich moet laten verwijten in Irak te falen en in Guantanamo te martelen, die dus onder de slechte reputatie van hun natie lijden. Maar voor ontevreden burgers heeft de (Amerikaanse) democratie een aanbod in petto – hoe groter de ontevredenheid, des te attractiever het aanbod: een nieuwe leider die overtuigend de wil tot vernieuwing van de succeskoers van deze eersterangs natie belichaamt; die alleen al door zijn optreden als personificatie van de “verandering” alle euvels te lijf gaat; die, omdat hij belooft anders te zijn dan Bush, het predikaat “beter” verdient. Dankzij de ontevredenheid over de regeringsresultaten van zijn voorganger avanceert Obama tot projectievlak waarop iedereen zowel zijn specifieke ontevredenheid als zijn persoonlijke hoop op verbetering kan projecteren.

Daarvoor zijn “change” en het beroemde “yes we can” de passende leuzen; een nieuwe leider, een nieuw geluid. In commentaren werd weleens laatdunkend gedaan over de ontbrekende “inhoud”: “change”, dat kan toch van alles en nog wat betekenen! Natuurlijk – juist zo is het bedoeld: Obama profiteert van het wijdverbreide ongenoegen, en hij moet en wil alleen maar beloven dat hij “het” anders zal maken en dat elke ontevredenheid bij hem in goede handen is. Deze bewust vage belofte luidt samengevat, net zo vaag, maar een stuk energieker: “Yes we can!” – en dan moet zijn boodschap alleen nog geloofwaardig overkomen. Daarin is hij kennelijk geslaagd door zich als volstrekt nieuwe politicus te profileren, onverwisselbaar en onvergelijkelijk, en als hoopgever uitermate geschikt daar hij zo duidelijk anders eruit ziet dan de 43 presidenten uit het verleden.

Want – dat moest uitentreuren worden benadrukt – de 44. president van de VS is zwart; de eerste en enige met zo’n huidskleur, weliswaar slechts halfzwart, maar toch! Het Afro-Amerikaanse deel van de VS barst van trots omdat een van hen het heeft “gehaald”; vele blanke Amerikanen zijn evenzo trots omdat ze hun racisme hebben ingeslikt – in deze harde tijden wilden zij voor deze charismatische leider best een uitzondering maken.

Het hooggeprezen land van vrijheid en gelijkheid kent altijd al bijzonder extreme maatschappelijke verschillen; de algemene kapitalistische scheiding tussen arm en rijk behelst bovendien de extra verschillen naar geslacht, afkomst en huidskleur. En wat heeft Obama deze slecht behandelde minder- of ook meerderheden te bieden? Het afschaffen van de ellende en haar oorzaken? Sociale vooruitgang? Of ten minste een fatsoenlijk bestaan? In plaats daarvan krijgen zij Obama’s carrière, de waargemaakte “Amerikaanse droom” voorgeschoteld, een soort parafrase van het oeroude bordenwasser-miljonair-volkssprookje. Dat er een dichtbevolkte sociale onderlaag en een kleine toonaangevende elite constant bestaat, vormt het vaste fundament van deze belachelijke belofte. Wanneer dan iemand uit de lage klasse daadwerkelijk hogerop komt in de concurrentie, mogen de vele anderen, die beneden zijn en blijven, daarover dolblij zijn. Als zij het niet halen, ligt dat altijd aan henzelf; zij leven immers – zoals net weer bewezen – in “het land van de onbeperkte mogelijkheden”, maar men moet de “mogelijkheden” wel grijpen… Het getuigt dus van een uiterst bescheiden behoefte als de leden van de chronisch “achtergestelde” collectieven daarmee tevreden zijn dat ze nu door een van hen (beter gezegd: vroeger een van hen) vertegenwoordigd worden en zich vanwege dit verheugende feit eindelijk als volwaardige “echte Amerikanen” kunnen voelen. Hun miserabele materiële situatie wordt blijkbaar gecompenseerd door hun hervonden “geloof in Amerika”. Obama heeft de hoogste positie bereikt die er in Amerika te bereiken valt, hoewel hij vanwege zijn huidskleur voorbestemd was tot bewoner van een sloppenwijk. En uit dit “wonder” blijkt dat het einde van de rassenscheiding made in USA is ingeluid, dat waarlijk “alles mogelijk” is? Hoe komt het dan dat dit wonder zo’n fantastische en unieke uitzondering is dat de mensen wereldwijd van ontroering beginnen te snikken?

Wat hebben de Afro-Amerikanen, Latino’s en andere “achtergestelden” dus gekregen en wat maakt hen zo zielsgelukkig? Niets anders dan het ideële loon dat een zwarte Amerikaan de enorme carrièresprong kon maken. Hun situatie is dezelfde gebleven, de verhoudingen tussen profiteurs en “losers” in de sociale rangorde zullen niet veranderen – maar met Obama als groot voorbeeld zijn ze nog minder geneigd om over de benarde omstandigheden te klagen (laat staan “un-American Activities” te overwegen) waarin zij – ondanks alle “onbeperkte mogelijkheden” – altijd “bordenwassers” blijven.

Obama’s persoonlijke promotie tot chef van de wereldmacht no.1 richt ieders aandacht op het werkelijk belangrijke object van verering en bewondering: de natie met al haar sociale en politieke hiërarchieën – alleen zij biedt immers aan alle burgers de kans op een succesvolle loopbaan. Een zwarte president is dus de actueelste goede reden voor onvervalst patriottisme en daarmee de meest geschikte “hoopgever”. Dat nu een zwarte machthebber het mandaat heeft om over alle Amerikanen, ongeacht huidskleur en klassen, te regeren, dient als levend bewijs dat men de maatschappelijke tegenstellingen als onbeduidend kan beschouwen en eindelijk weer eensgezind zonder voorbehoud pal achter zijn natie kan staan.

De rest van de wereld sluit zich daarbij graag aan en gunt zich, althans vooralsnog, een uitbarsting van vreugde. De publieke opinie van Nederland etc. komt bijna woorden tekort om Obama de hemel in te prijzen: oorlog en vrede, zwart en blank, crisis en klimaat – de oplossing is dichtbij. Niet dat iemand werkelijk daarin gelooft, maar dat geeft niet. Het gaat toch alleen maar om het opwekken van enthousiasme over zo’n populaire kleurrijke leidersfiguur; alleen jammer dat “wij” Europeanen daarvoor naar Amerika moeten kijken.

De kleurloze leiders die Europa nu eenmaal heeft, hebben andere zorgen. Ook zij waren zeer ontevreden over George Bush – maar dat was een ontevredenheid over diens zogeheten “unilateralisme”. Daardoor werden hun eigen wereldpolitieke voornemens en aanspraken enigszins belemmerd. Voor hen betekent “change”, dat Obama zich coöperatiever opstelt tegenover de Europese wereldpolitiek. Dit Europa (Duitsland, Frankrijk…) vergelijkt zich voortdurend met de VS, hun doelstellingen, macht en invloed; en de hoopvolle verwachting die het van Obama heeft, is niets anders dan de deels verbloemde, deels duidelijke eis hij moge meer rekening houden met de Europese belangen. Anders dan hun volkeren die zich als vrolijke Obama-groupies gedragen en Amerika’s “aantrekkingskracht” herontdekken, weten de Europese leiders dat de goede wil geen rol speelt in de politiek – van de wereldmacht no. 1 die met zichzelf ontevreden is, is generlei toegeving te verwachten; zij zal veeleer haar status handhaven en zelf eisen stellen. Vandaar dat het Obama-enthousiasme, dat nog steeds wordt aangewakkerd, gepaard gaat met waarschuwingen voor “overdreven hoop” en “onrealistische verwachtingen”. Mooie vooruitzichten.

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.