{"id":169,"date":"2009-12-17T14:37:24","date_gmt":"2009-12-17T13:37:24","guid":{"rendered":"http:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/?page_id=169"},"modified":"2009-12-17T14:37:24","modified_gmt":"2009-12-17T13:37:24","slug":"de-burgerlijke-staat-i","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/?page_id=169","title":{"rendered":"De burgerlijke staat I"},"content":{"rendered":"<p align=\"center\" class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">I<\/font><\/p>\n<p align=\"center\" class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Vrijheid &#038; gelijkheid \u2013 priv\u00e9-eigendom \u2013 abstract vrije wil<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De burgerlijke staat is de politieke macht van de kapitalistische maatschappij. Hij onderwerpt de spelers van de kapitalistische productiewijze onder abstractie van alle natuurlijke en maatschappelijke verschillen aan zijn heerschappij en veroorlooft hen zo het nastreven van hun tegengestelde particuliere belangen: <em>gelijkheid &#038; vrijheid<\/em>. Hij verplicht de burgers de economische concurrentie onder respectering van het <em>priv\u00e9-eigendom<\/em> af te wikkelen: iedereen wordt gedwongen de exclusieve beschikking over de rijkdom van de maatschappij te erkennen en tot principe van zijn economisch handelen te maken. Omdat de leden van de kapitalistische maatschappij bij het nastreven van hun individueel voordeel elkaar schade toebrengen, zijn ze op een macht aangewezen die gescheiden van het economische leven de erkenning van eigendom en persoon garandeert. Hun negatieve onderlinge betrekking completeren ze met hun gezamenlijke onderwerping aan een macht die hun particuliere belangen beperkt. <em>Naast<\/em> hun economische aangelegenheden zijn ze politieke burgers; ze willen het staatsgezag omdat ze hun particuliere belangen uitsluitend kunnen nastreven door daarvan ook te abstraheren. De burgerlijke staat is dus de verzelfstandiging van <em>hun abstract vrije wil<\/em>.<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">a)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De eerste bepaling van de staat, zijn abstract begrip, behelst <em>de<\/em> reden en daarmee ook <em>het<\/em> doel van deze instantie, maar natuurlijk nog gescheiden van de concrete vormen die de relatie van de staat tot de burgers aanneemt. Juist uit dit abstracte begrip blijkt dat de realisering van vrijheid en gelijkheid een onplezierige aangelegenheid is, omdat ze ten eerste <em>voortkomt<\/em> uit economische tegenstellingen en ten tweede het door het geweldsmonopolie gewaarborgde behoud van deze tegenstellingen tot doel heeft. Ook zonder beschouwing van de economie, de productiewijze die de staat met zijn macht in gang houdt, staat vast dat hij een <em>klassenstaat<\/em> is: door de <em>gelijke<\/em> onderwerping van allen handhaaft hij het voortbestaan van alle kleine en grote verschillen \u2013 het is dus ook geen raadsel hoe het voordeel eruit ziet dat de uiteenlopende spelers van de kapitalistische productiewijze van de staat hebben. De vrijheid die hen door de gelijke behandeling van staatswege gegarandeerd wordt, bestaat uit de genereuze verlening van het recht om zich met de passende middelen, die ze hebben of niet, hun deel van de rijkdom te verschaffen \u2013 en wel onder respectering van anderen die hetzelfde ten koste van hen en tegen hen doen. Omwille van deze vrijheid waarderen de burgers de staat, zonder die ze hun middelen helemaal niet konden gebruiken: vanuit hun praktisch standpunt zien ze de staatsmacht als voorwaarde van de vrije concurrentie; ze <em>willen<\/em> dus erkende <em>staatsburgers<\/em> zijn omdat ze het vanwege hun economische belangen <em>moeten<\/em> zijn. De gemeenschap, de politieke wil van allen in de samenleving, is gebaseerd op een afgedwongen prestatie van de individuele wil die vanwege het particuliere nut, waar het hem op aankomt, ook nog als abstract-algemene wil optreedt: \u201cDe scheiding tussen burgerlijke maatschappij en politieke staat verschijnt noodzakelijk als een scheiding tussen de <em>politieke<\/em> burger, de staatsburger, en de burgerlijke maatschappij, zijn eigen werkelijke empirische werkelijkheid, want als staatsidealist is hij een <em>volstrekt ander<\/em>, van zijn werkelijkheid <em>verschillend<\/em>, <em>gescheiden<\/em>, <em>gesepareerd<\/em> wezen.\u201d (Marx-Engels-werken [MEW] 1\/281) Wat deze prestatie voor de bijzondere karakters van de kapitalistische productiewijze betekent, in hoeverre en voor wie de staat met zijn macht als <em>middel<\/em> actief wordt, is geen geheim \u2013 de onderwerping van allen moet voor diegenen voordelig uitvallen die economisch in het voordeel <em>zijn<\/em>. De volgende hoofdstukken zullen dus laten zien wat de staat van de verschillende klassen eist en wat hij hen toestaat als hij de vrije concurrentie verordent. <\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">b)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De staat die zijn macht inzet om de concurrentie te laten plaatsvinden, handhaaft een economie waarin de onderlinge afhankelijkheid van de personen bij de productie van de maatschappelijke rijkdom zo georganiseerd is dat ze bij het nastreven van hun belangen elkaar de participatie aan de rijkdom <em>betwisten<\/em>. Omdat de bevrediging van een particulier belang het andere negeert, onderwerpt men zich aan de staatsmacht, en deze onderwerping heeft voor elk individu een <em>negatieve<\/em>,<em> restrictieve<\/em> betekenis. Daarmee zijn de conflicten natuurlijk niet verdwenen, maar wel zo geregeld dat allen zich de vrijheid van de ander als grens van de eigen vrijheid laten voorschrijven. Het feit dat de economische spelers zich toeleggen op een maatschappelijke samenwerking die ervoor zorgt dat ze elkaar buitensluiten van de noodzakelijke bestaansmiddelen, dus voortdurend in strijd liggen met elkaar, behandelt de staat zo dat hij de buitensluiting <em>gebiedt<\/em> en de inbreuk op de middelen en het bestaan van de anderen <em>verbiedt<\/em>. Iedereen heeft rond te komen met <em>zijn<\/em> middelen in afhankelijkheid van de anderen, die hun middelen inzetten; en het verkrijgen van nieuw geproduceerde goederen moet onder respectering van <em>eigendom<\/em> en <em>persoon<\/em> gebeuren. Het priv\u00e9-eigendom, de exclusieve beschikking over de maatschappelijke rijkdom waarvan anderen existentieel afhankelijk zijn, dus gebruik moeten maken, is de basis van het individuele voordeel en daarmee ook van de individuele schade. Daaruit resulteert de moderne armoede die zich zelf in stand moet houden als middel van vreemd eigendom \u2013 waarvan de groei uiteraard de hartenwens van de staat is.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">\u00a0Tot slot moet nog gezegd dat het priv\u00e9-eigendom geen kwestie van tandenborstels en limonade is, hoewel het uitwerkingen heeft op de individuele consumptie. De afhankelijkheid van het eigendom van anderen speelt zich af op het gebied van productie en reproductie van de maatschappelijke rijkdom. Met de exclusieve beschikking over de productiemiddelen en daarmee over de producten krijgt de rijkdom de macht om anderen het bestaan te bestrijden.<\/font><\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">c)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Zo weinig het door tegenovergestelde klassen verwezenlijkte staatsidealisme een idylle is, zo weinig harmonisch verliep de vrijwillige aaneensluiting tot staat, zijn \u201coprichting\u201d, die nog in elke natie in elk stichtingsjaar aanleiding tot feestvreugde geeft. Burgerlijke staten zijn producten van absolute terreur, hetgeen van hun aanhangers niet alleen ten opzichte van de Franse Revolutie wordt vergeten. Het gemeenschappelijke belang aan de afschaffing van voorburgerlijke vormen van staatsmacht, de reden voor de gemeenschappelijke strijd van tegenovergestelde klassen, kwam immers voort uit enigszins uiteenlopende doelstellingen: voor de enen was de oude staat met zijn standenmaatschappij een hindernis voor hun zaken, de anderen streden voor hun bestaan dat ze door arbeid moesten veiligstellen. Het bereiken van hun doel stemde vanzelfsprekend niet beide klassen tevreden, daar de door de democratische samenleving gewaarborgde mogelijkheid in dienst van vreemd eigendom te werken en zo in zijn onderhoud te voorzien al gauw een nijpende noodzaak werd. Dat ook de proletari\u00ebrs om te overleven de oude staat moesten afschaffen, betekent nu eenmaal niet dat de nieuwe staat, de burgerlijke republiek, <em>hun<\/em> middel is.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">d)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De ontevredenheid over de harde wereld van het eigendom is een bron van de meest houdbare ideologie\u00ebn: uit alle onaangename <em>consequenties<\/em> van <em>vrijheid &#038; gelijkheid<\/em> (die op de volgende pagina\u2019s nog ter sprake komen) concluderen linkse mensen de gebrekkige realisering van deze twee doelen van de Franse Revolutie. Onder verwijzing naar de onmiskenbare verschillen in de maatschappij betwijfelen ze de <em>realiteit <\/em>van de gelijkheid voor het staatsgezag en verheffen gelijkheid tot <em>ideaal<\/em>, dat ze met behulp van de staat in de samenleving willen verwezenlijken. Zo weinig hen opvalt dat een <em>gewelddadig<\/em> gehandhaafde <em>vrijheid<\/em> iets tegenstrijdigs heeft, zo weinig levert hun fantasie op wat betreft een samenleving waarin de verschillen tussen de mensen afgeschaft worden; in literaire en cineastische utopie\u00ebn daarentegen is deze fantasie behoorlijk populair en wordt breed uitgesponnen; terwijl dergelijke fantasie\u00ebn door politici gebruikt worden om elke kritiek op de staat als <em>gelijkmakerij<\/em> van de hand te wijzen. In dit soort kritiek op de eisen aan de staat wordt propaganda gemaakt voor de juiste hoeveelheid enthousiasme voor de staat, waarbij naast de domme vergelijking met vroeger en elders (bijvoorbeeld het \u201cOostblok\u201d) ook de idiote \u201c<em>tegenstelling tussen vrijheid en gelijkheid<\/em>\u201d aangevoerd wordt: meer van het ene zou met minder van het andere betaald moeten worden, zodat men alles toch niet kan krijgen en er goed aan doet zijn ontevredenheid te vergeten en zich te beijveren voor de realisering van de derde kernwaarde, de broederlijkheid (modern: solidariteit). Hieruit blijkt dat ook de ontevredenheid over de ontevredenheid van anderen het verkeerde denken over de meest abstracte bepaling van de staat behoorlijk stimuleert. Wie een positieve houding tegenover de staat aan de dag legt \u201cdaar hij in ons aller belang is\u201d, probeert de onmiskenbare nadelen van zijn optreden door een \u201coriginele\u201d staatstheorie als <em>noodzakelijk euvel<\/em> acceptabel te maken. <em>Het deduceren<\/em> van de staat uit de <em>menselijke natuur<\/em> maakt deel uit van het standaardrepertoire van elke verlichte docent en hoogleraar, waarbij ter afwisseling eens de tegenstellingen van de kapitalistische maatschappij worden aangevoerd en niet de plezierige kleine verschillen. Om plausibel te zijn, moet de deductie voorbij gaan aan het feit dat de staat de<em> concurrentie<\/em> inclusief alle economische specifieke bijzonderheden <em>verordent<\/em>; zo kunnen de extreme <em>tegenstellingen<\/em> afgeleid worden uit de <em>menselijke natuur<\/em>: homo homini lupus; enkele wolven moeten dus voor vrede in het roedel wolven zorgen, en dat is dan de staat met zijn wettelijke orde. Op lager niveau, in het alledaagse bestaan \u2013 waar men de staat immers als middel voor zijn belangen wil gebruiken \u2013 komt het verwerpen van kritiek op de spreuk neer dat er nu eenmaal orde moet heersen: dat kan toch niet goed gaan als allen alles bezitten! De bereidheid om in het eigen belang tegen anderen aan te treden en tegelijkertijd de beperkingen te bepleiten die de orde aan de anderen oplegt, is dus springlevend in de democratie. Ook in de fascistische variant die het concurrentiebelang afkeurt en de enkele burger gebiedt zijn individueel streven helemaal in de gemeenschap te laten opgaan \u2013 wat echte vrijheid zou zijn.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">\u00a0De offici\u00eble voorstanders van gelijkheid &#038; vrijheid die de staat als passende orde voor <em>de mens<\/em> aanprijzen, vinden de gedetailleerde \u201cargumenten\u201d voor deze brutale domheid in de wetenschappelijke literatuur: elke geestes- of maatschappijwetenschap voelt zich geroepen om een definitie van de mens te leveren, waarbij de minimale variaties op het thema: \u201cDe mens is van nature een dier, maar normaliter ook tot hogere dingen in staat!\u201d voortkomen uit het respectievelijke vakgebied dat aan de vormgeving van \u201chet hogere\u201d wil bijdragen. De staatsburger met zijn beide zijden, het <em>materialisme<\/em> van de concurrentie en het door de afhankelijkheid gedicteerde staats<em>idealisme<\/em>, hebben ze allemaal als onderwerp; ze maken van hem een antropologische constante, zodat de domesticatie van de wil als pure <em>bevestiging<\/em> van het mens-zijn verschijnt: psychologisch, pedagogisch, politologisch, economisch en literatuurtheoretisch-linguistisch. Alsof de aanwending van deze wetenschappen niet daarop zou berusten dat het individu slechts met tegenzin van zich abstraheert. (Over de fabel van de vele enkelingen die een sociaal contract tekenen en over de rol van Robinson in de geestesgeschiedenis heeft Marx alles belangrijke geschreven!) De waardigheid van de mens verwacht van de wetenschappelijke staatsdienaars immers ook een bijdrage, temeer daar ze ook criteria moeten opstellen om te bepalen welk soort gedrag, dat alleen mensen die de staat \u201cverinnerlijkt\u201d hebben tot stand brengen, onder de rubriek \u201c<em>onmenselijk<\/em>\u201d valt.<\/font><\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p align=\"center\" class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">II<\/font><\/p>\n<p align=\"center\" class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Soevereiniteit \u2013 volk \u2013 grondrechten\u00a0 &#8211; representatie<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Het verlangen van het volk naar politieke macht wordt gerealiseerd door de <em>soevereiniteit<\/em> van de staat. De <em>staatsmacht<\/em> komt van het <em>volk<\/em> en is in overeenstemming met zijn politieke wil door deze als algemeen belang <em>tegen<\/em> de individuele burgers door te zetten. In de <em>grondwet<\/em> worden de onderlinge betrekkingen van de burgers bepaald, en wel in de vorm van geldige principes voor de machtsuitoefening van de staat. De <em>grondrechten<\/em> stellen vast wat de burgers en de staat mogen, defini\u00ebren dus de <em>plichten<\/em> waar de professionele <em>representanten<\/em> van de volkswil op toezien dat ze nageleefd worden. De burgerlijke maatschappij handhaaft haar tegenstellingen door haar leden te scheiden: in mensen met grondrechten en tot machtsuitoefening verplichte volksvertegenwoordigers. <\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">a)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De <em>soevereine<\/em> staat is de van de burgers gescheiden, zelfstandige instantie die met geen bijzonder belang identiek is en die juist en alleen daarom de door allen erkende macht is, omdat ze <em>haar<\/em> belang, het algemeen belang, tegen de individuele burgers doorzet. Doordat de staat zijn macht zo inzet dat de bijzondere economische middelen uitsluitend in overeenstemming met zijn belang aan persoon en eigendom gebruikt worden, dient hij de belangen die voortkomen uit de beschikking over het productieve eigendom. Wat de inhoud betreft is zijn soevereiniteit een zeer relatieve aangelegenheid. Het tegen de enkele persoon en diens eigendom nietsontziende ageren van de staat beoogt het functioneren van <em>het<\/em> eigendom: alleen door zijn soevereiniteit wordt dit doel gewaarborgd. De soevereiniteit wordt in stand gehouden door de <em>wil van het volk<\/em>: de gemeenschappelijke wil met de inhoud \u201cstaat\u201d maakt van de individu\u2019s van een maatschappij een <em>volk<\/em>, waarbij deze wil zich uitdrukt door de <em>goedkeuring<\/em> van de overheidsbeslissingen. <em>Of<\/em> er een staat moet zijn, is nooit het onderwerp van vrije beslissingen, maar door de macht beslist. Allen willen <em>representanten<\/em>, hetzij dat ze deze kiezen, hetzij dat de staat ze zelf benoemd; en \u201cin naam van het volk\u201d dienen ze soeverein te handelen.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">b)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De bescherming van de individuele burgers tegen wederzijdse gewelddadige inbreuken op \u201cde lichamelijke integriteit, het eigendom of de rechten van personen\u201d is een grondregel van de soevereine staatsmacht en daarmee een kwestie van <em>toestaan<\/em>. In de <em>grondrechten<\/em> wordt de negatieve <em>onderlinge<\/em> betrekking tussen de concurrerende priv\u00e9-personen in de vorm van rechten en plichten<em> tegenover<\/em> <em>de politieke macht<\/em> vastgesteld. Uitsluitend voor zover ze plichten tegenover de staat aanvaarden, kent de staat hen het recht toe vrije priv\u00e9-persoon te zijn. De staat is dus het middel van de maatschappij die hij aan zijn soevereiniteit onderwerpt en via de grondrechten aanzet haar vrijheid zo uit te oefenen dat ze positief tegenover de staatsmacht staat. De grondrechten formuleren algemeen geldige beperkingen: in de vorm van garanties van datgene wat hij alles mag, verneemt de burger wat alles verboden is resp. hoe de staat met hem mag omspringen \u2013 zodat elk grondrecht tegelijkertijd zijn voorwaarden formuleert. De uitoefening van grondrechten moet steeds rekening houden met sancties van de staat, die hoe harder ingrijpt hoe meer een grondrecht de verhouding staat \u2013 burger betreft. De grondrechten verplichten, wat Hegel al wist en dan liever de zaak omdraaide om de staat te verheerlijken. De vergelijking recht = plicht betekent dat de staat zijn macht daarvoor inzet dat elke activiteit van de burgers voldoet aan de beginselen van de staat. De grondrechten worden ook <em>mensenrechten<\/em> ( in tegenstelling tot dier- en plantenrechten) genoemd: volgens het denkbeeld dat ze bij de natuur van de mens horen. De \u201cnatuur\u201d die eist dat de mens grondrechten heeft, is de wereld van de concurrentie waarin het eigendom de mensen weinig ruimte laat voor wederzijdse waardering. De <em>positieve<\/em> bepaling van de <em>mens<\/em> die hem van overheidswege toekomt, is wat haar inhoud betreft een <em>negatieve<\/em>. De staatsmacht zorgt voor concurrentie en respect! <\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">c)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Als de staatsdienaars \u2013 van de meest hoogstaande politicus tot en met de kleinste ambtenaar \u2013 hun zaken uitvoeren, <em>representeren<\/em> ze <em>naast<\/em> de maatschappij het algemeen belang dat <em>in<\/em> de maatschappij niet bestaat. Ze werken <em>voor<\/em> de priv\u00e9-personen door <em>tegen<\/em> hen op te treden. Daarbij kenmerken ze zich door de meedogenloosheid die eigen is aan het goede geweten als staatsmacht de wil van het volk te doen gelden. De individuele wensen van de volksleden beschouwen ze, \u201cin naam van het volk\u201d, als ongerechtvaardigd hindernis omdat de soevereine staat zijn <em>eigen<\/em> wensen heeft. Aan de andere kant is het plichtsbesef van de representanten niet altijd vanzelfsprekend daar ook zij individuele belangen hebben en hun ambt velerlei verleidingen biedt. De onvermijdelijke collisies tussen belangen van de staat en priv\u00e9-belangen in de ziel van de staatsdienaar zijn de reden voor de <em>bescherming<\/em> van deze figuren tegen de gevaren van de concurrentie, maar ook voor de gebruikmaking van de macht van het ambt voor priv\u00e9-belangen: <em>carri\u00e8re<\/em>, <em>toegestane voorrechten<\/em>, <em>corruptie<\/em>.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">d)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">In de strijd voor de oprichting van de soevereine staat ging het erom de nauwe verbinding van de politieke macht met kerk, adel en grondeigendom af te schaffen om de <em>gehele<\/em> maatschappij aan het staatsgezag te onderwerpen. Zijn beslissingen werden van de bijzondere belangen (ook van degene buiten zijn machtsbereik) gescheiden; de staat moest uitsluitend in dienst staan van <em>zijn<\/em> burgers, maar dan ook van <em>alle <\/em>burgers, en vice versa, zodat de strijd voor de erkenning van persoon en eigendom als bevrijding van de oude staat van al zijn afhankelijkheden plaatsvond. In naam van de volkssoevereiniteit eisten de door het staatsgezag niet erkende delen van de maatschappij hun aandeel in de macht. Alle overheidsorganen moesten via de grondrechten alle onderdanen respecteren, hetgeen de oude machthebbers niet deden. Ze werden ten val gebracht, en de verklaringen van de rechten van de mens waren het begin van een politieke macht die door volksvertegenwoordigers ge\u00efnstalleerd werd. Degenen die belangen <em>tegen<\/em> de oude staat doorzetten, veranderden in representanten van deze belangen; nu pleitten en ageerden ze niet meer <em>voor<\/em> de interessen van hun mensen, maar <em>beperkten<\/em> deze door alle middelen der regeringsvaardigheid. Vandaar dat vanuit het standpunt van de strijders ettelijke burgerlijke revolutionairen na de overwinning op verraders leken. <\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">e)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Voor het praktisch denkende burgerverstand vormt de onvermijdelijkheid van de onderwerping aan de soevereine macht het uitgangspunt voor verwachtingen en teleurstellingen. <em>Zichzelf<\/em> vindt de burger voortdurend bovenmatig met plichten geconfronteerd, <em>bij de anderen<\/em> daarentegen ziet hij alleen maar rechten en klaagt over de zorgwekkende zwakheid van de representanten \u2013 die hij in andere gevallen ook graag van machtsmisbruik beticht. Door permanent kritisch de omvang van de beperkingen te beoordelen die de overheid oplegt aan anderen die hun grondrechten uitoefenen, schikt hij zich in de gehoorzaamheid aan de grondrechten. Zijn vertrouwen in de overheid wordt hierbij vaak teleurgesteld, zodat hij zich ontwikkelt tot beoordelaar van het doorzettingsvermogen en de betrouwbaarheid van zijn representanten, waarin hij de reden voor zijn \u201cmaatschappelijk falen\u201d vermoedt. De aanspraak op <em>waardige representatie<\/em> van de staat is het tegendeel van verzet, wat blijkt uit de kritiek van intellectuelen op \u201cblunders\u201d van politici. De aanspraak wordt gecompleteerd met de instelling dat het gebruik van de macht voor de priv\u00e9 reputatie van de representanten legitiem is als het de zaak van de staat bevordert. Wat de wrede kanten van de machtsuitoefening betreft, troost zich de openbare mening ook graag met de gemeenplaats dat politiek nu eenmaal een vuile zaak is, en de zorgen over de beschadiging van de reputatie van de staat verdwijnen meteen zodra de bewuste figuren vervangen zijn (Watergate&#8230;).<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">\u00a0De pleitbezorgers van een functionerende staatsmacht, de politieke wetenschappers, beoordelen de verhouding staat \u2013 burger strikt functioneel. Aan de volkssoevereiniteit vinden ze het gedoseerde geweld positief, de <em>stabiliteit<\/em> van een politieke macht die gebaseerd is op instemming. In hun afleiding van de representanten uit ruimte, aantal en politieke rijpheid prijzen ze het ideaal dat de volkswil in de representanten van het staatsgezag <em>en<\/em> in de burger als verantwoordelijkheid bestaat. Bij hun loflied op de grondrechten maken politologen steeds de overgang van de prachtige mogelijkheid vrije burger te zijn naar de noodzakelijkheid deze vrijheid ook juist te gebruiken. Elke uitleg van de grondrechten mondt uit in de afweging hoe ver de gebruikmaking van de grondwet zou mogen gaan \u2013 aan de andere kant is de iets andere manier waarop buitenlandse staten hun burgers behandelen met het verwijt af te keuren dat de mensenrechten geschonden worden. Het \u201cwapen der mensenrechten\u201d maakte bijzonder indruk ten opzichte van de (voormalige) re\u00ebel socialistische staten omdat het de \u201ccontainment-politiek\u201d, de harde imperialistische \u201cvooruitverdediging\u201d, van een mooi moreel tintje voorzag.<\/font><\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">\u00a0De <em>linkse<\/em> aanhangers van de ware wil van het volk gebruiken hetzelfde wapen voor morele aanvallen in de omgekeerde richting. Het hele jaar door eisen ze voor de arbeiders en boeren meer rechten, omdat ze hen het plezier gunnen het volkomen eens te zijn met het staatsgezag. Volgens de linkse volksvrienden heeft de staatsmacht namelijk het manco dat ze vanwege de invloed van de monopolies geen echte vertegenwoordiging van het volk kan zijn. In de juiste handen zou ze haar maatschappelijke plicht weer kunnen vervullen.<\/font><\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">\u00a0De <em>fascistische<\/em> critici willen eveneens een nauwere band tussen volk en staat tot stand brengen: in de plaats van de soevereine macht die zich voor de concurrentie nuttig maakt, moet een soeverein treden die de concurrentie als staatsdienst organiseert. Uit de van staatswege gereguleerde en georganiseerde vrijheid van het priv\u00e9-belang leiden ze een fundamentele zwakheid van de staat af. Grondrechten beschouwen ze als beperking van zijn macht en niet als zijn middel, en in tegenstelling tot de volksleden zijn de democratische politici in hun ogen slappe, verderfelijke figuren, omdat ze het verlangen van de burgers naar een staat niet gescheiden van de onderliggende redenen \u2013 de vereisten van de concurrentie \u2013 tot drijvende motor van de politiek maken: de priv\u00e9-mens moet opgaan in de burger!<\/font><\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p align=\"center\" class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">III<\/font><\/p>\n<p align=\"center\" class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Wet \u2013 rechtsstaat \u2013 democratie<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Met de grondwet voldoet de staat aan het belang van zijn burgers aan de spelregels van de concurrentie en verplicht zich alles wat hij doet in de <em>vorm van wetten <\/em>te doen; hun inhoud moet ervoor zorgen dat de grondrechten gelden. Doordat de representanten van het volk hun handelen met de grondrechten legitimeren en het corrigeren zodra het in strijd is met de grondwet, is de staat een <em>rechtsstaat<\/em>. In deze hoedanigheid is hij onafhankelijk van de invloed van de priv\u00e9 wil op zijn handelen en laat zijn machtsuitoefening alleen nog meten aan de grondwet. De <em>democratie<\/em> is de adequate vorm van de verhouding tussen staat en volk omdat ze de identiteit tussen volkswil en staatsmacht abstract realiseert, dus scheidt van de toestemming van de priv\u00e9-personen tot specifieke wetten en hun uitvoering. Er wordt geen instemming ge\u00ebist, maar gehoorzaamheid; en voor het geval dat die niet getoond wordt, staat niet de staat maar de rechtsstaat ter discussie.<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">a)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">De democratie is in zoverre de <em>adequate<\/em> staatsvorm als de staatsmacht uitsluitend dan beperkingen aan de burgers oplegt wanneer het uitoefenen van hun vrijheid een schending van de vrijheid van anderen tot gevolg heeft: de staat <em>erkent<\/em> de bijzonderheid van alle priv\u00e9-personen die hij aan de wet onderwerpt. Hij verleent zijn wetten algemene geldigheid, betrekt <em>alle<\/em> handelingen op zich en eist van geen enkele burger bijzondere prestaties \u2013 behalve degene die uit diens specifieke economische middelen voortkomen. (Men zal zien, hoe radicaal hij dat doet!) In tegenstelling tot de absolutistische staat favoriseert de democratische staat geen stand en geen klasse; iedereen komt in het genot van alle rechten en niemand heeft privileges. Niet door zijn <em>partijdigheid<\/em>, zijn directe inzet voor het belang van bepaalde delen van de maatschappij is hij dienstbaar aan \u00e9\u00e9n klasse \u2013 maar via de voor allen geldende wet en de rechtvaardigheid organiseert hij het voordeel van de sterkeren en het blijvende nadeel van de minder welgestelde burgers: de democratische staat vertrouwt op de macht van het priv\u00e9-eigendom, hij <em>beantwoordt<\/em> aan de maatschappelijke verhoudingen als hij deze codificeert. \u00a0<\/font><\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">b)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De macht, die de samenleving de staatsorganen toekent, uitsluitend conform de doelen van de burgers te gebruiken, beschouwt de <em>rechtsstaat<\/em> als een plicht. Hij voldoet daaraan door zijn conflicten met de burgers langs de meetlat van de grondrechten te leggen. Grootmoedig legt hij de burgers alleen die beperkingen op die de grondwet voorschrijft. Aan de andere kant is het uitbreiden van deze beperkingen altijd legitiem wanneer het bestaan van de staat zelf in gevaar komt. Als de weerspannigheid van de rechtmatig geru\u00efneerde delen van zijn volk zijn soevereiniteit bedreigt, veroorlooft de democratische staat zich ter bescherming van zijn maatschappij op de schending van de \u201cgrondplichten\u201d compromisloos te reageren. Een dreigende minachting van zijn voorschriften biedt hij het hoofd met het verwijt: misbruik van rechten \u2013 die dan ook door consequente aanpassing moeten worden beschermd: <em>noodwetten<\/em> als legitieme voorbereiding op een noodtoestand, waarin de staat zich niet meer permitteren \u00a0wil rechtsstaat te zijn!<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">c)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De democratische staatsvorm met zijn hooggeprezen maatschappelijk verkeer is de <em>institutionalisering van de tegenstellingen<\/em> tussen staat en burger. Telkens als de burgers de macht van de staat als hun middel gebruiken, blijkt ze dit middel te zijn door de vrijheid van de enkele burger te beperken. Hun eigen abstractie treedt tegenover de priv\u00e9-personen als dwang op die ze moeten gehoorzamen. Omdat ze deze dwang voor het doorzetten van hun individueel belang nodig hebben, maar ook uitsluitend vanwege <em>dit<\/em> belang accepteren, zijn ze alleen daar oprechte democraten waar <em>zij<\/em> niet belemmerd worden door het optreden van de staat. Tegenover de profiteurs van rechten die voor hem plichten zijn, is niemand meer democratisch ingesteld \u2013 in dergelijke gevallen weet iedereen betere alternatieven voor het ingrijpen van de staat. \u201cFatsoenlijke\u201d burgers pleiten midden in de mooiste democratie voor \u201charder optreden\u201d van de politieke macht, terwijl een argument <em>tegen<\/em> de uitoefening van macht volkomen ongebruikelijk is. Aan de andere kant ervaren politici dat hun dienst aan het algemeen belang uiterst zelden in de gunst van de burgers valt, de strikte naleving van alle democratische procedures voor hun carri\u00e8re dus niet bepaald gunstig is: hoe langer hun ambtstermijnen zijn hoe overbodiger vinden ze de <em>democratische<\/em> legitimatie door hun burgers en kunnen niet altijd de grondwet in acht nemen. Als het hen uitkomt, zeggen ze echter ook dat hun macht democratisch tot stand is gekomen. <\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">\u00a0Het abstracte begrip van de democratie is dus uiterst nuttig voor de verklaring van het <em>fascisme<\/em>. Deze staatsvorm, het alternatief voor de burgerlijke heerschappij, is niet alleen als wens van politici <em>en<\/em> burgers in de democratie voortdurend aanwezig, maar staat ook in de praktijk op de agenda als burgers en staat <em>in<\/em> hun tegenstelling het daarover eens zijn dat het aan de ineffectieve machtsuitoefening ligt als er in het economische leven allerlei misgaat. Het resultaat is dan al gauw een nietsontziend gebruik van de politieke macht opdat het eindelijk afgelopen is met mopperaars en burgers die zich niet onvoorwaardelijk opofferen voor de politieke en economische doelen van de natie. Het antifascisme als <em>reddingsprogramma<\/em> voor de democratie is niet opgewassen tegen de strijdmiddelen van de fascisten die de natie op alternatieve wijze willen redden. De legende van de extreem chauvinistische fractie van de bourgeoisie, die een volk van echte democraten eerst verleidt en vervolgens alleen nog leidt, die echter ook vanwege de maatschappelijke krachtsverhoudingen tot haar machinaties in staat zou zijn geweest, getuigt zelf van de nationalistische buiging voor een echte democratie, die de re\u00eble offerbereidheid voor de natie niets anders tegenoverstelt dan een fictieve identiteit tussen volk en staat. De overgang naar het fascisme is overigens geenszins in strijd met de constatering dat de democratie de adequate staatsvorm van het kapitalisme is. Als institutionalisering van de <em>tegenstellingen<\/em> \u201cfunctioneert\u201d ze nu eenmaal uitsluitend zolang de tot het juiste gebruik van het priv\u00e9-eigendom verplichte burgers <em>ordentelijk<\/em> concurreren, d.w.z. de diverse resultaten van hun concurrentie ook democratisch willen accepteren \u2013 vandaar dat men opgeleid moet worden tot democraat en sommige volkeren door democraten nog niet rijp geacht worden voor zo\u2019n veeleisende staatsvorm. Deze democraten zijn goed op de hoogte van de fascistische verhoudingen die hen gelegen komen in het buitenland, waar ze deze gecre\u00eberd hebben en behouden willen: de kunst van de zelfbeheersing hoort bij de democratische heerschappij, ze is daarin de in ere gehouden hoofddeugd; de buitenlandse vormen van armoede zijn echter, als men de vrije wil zijn gang laat gaan, een slechte basis voor deze deugd.<\/font><\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">d)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De collisies tussen staat en burger die bij de onderwerping aan de wet onvermijdelijk optreden, leiden aan de kant van de burgers, afhankelijk van hun naar politieke alternatieven vertaalde belangen, tot complementaire vormen van toestemming en kritiek. Men kan:<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">1. aan het democratische leven <em>deelnemen<\/em> door handelingen van de staat af te keuren door hun legitimiteit te betwijfelen. Daarbij ontmoet men anderen die zich voor dezelfde maatregelen uitspreken en hun legitimiteit benadrukken. Al naar gelang van het karakter van de omstreden wet wisselen toestemming en kritiek van plaats.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">2. zich sterk maken voor het <em>perfectioneren<\/em> van de democratie; \u00f3f men verzint een algemene crisis van de legitimiteit en eist meer respect voor de burgers resp. meer inspanning om hun toestemming te krijgen; \u00f3f men betreurt dat de staat te onzeker is over zijn legitimiteit en zijn handelen voortdurend onderhevig maakt aan de goedkeuring van de burgers. Zo ontdekken de enen vijanden van de democratie, de anderen vijanden van de staat. Laatstgenoemden krijgen meer moeilijkheden; vandaar dat ze zich permanent uitspreken voor de staat, desnoods op openbare tribunalen.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">3. als <em>tegenstander<\/em> van de democratische staat ageren door zijn legitimiteit <em>te betwisten<\/em>. Terwijl het <em>revisionisme<\/em> in de onmiskenbare verdeling van nadeel en voordeel in het volk een aanleiding ziet om het permanente misbruik van de loyaliteit van het volk te brandmerken, dus een staat propageert die meer rekening houdt met de \u201cbelangen van de massa\u2019s\u201d, hebben de <em>anarchisten<\/em> genoeg aan de ontdekking van de gewelddadigheid van de staat tegenover de mensen. In naam van het volk gaan ze op dit gebied de strijd aan met de staat en moeten ondervinden dat de wil van het volk het gewelddadige optreden van het staatsgezag helemaal niet afkeurenswaardig vindt: ze worden, omdat ze volstrekt anders gescheiden zijn van de massa\u2019s dan de staatsdienaars, tot vervolgden en slachtoffers, de anti-terreur commando\u2019s tot helden van de democratie. De <em>fascisten<\/em> constateren dat de legitimiteit van de staat alleen maar een beperking vormt voor het uitvoeren van zijn taken. Ze eisen van de burgers principi\u00eble instemming, onvoorwaardelijke onderwerping en aanvaarding van elke beperking die de staat verordent: politiek als nietsontziende subsumptie onder het staatsdoel: volksgemeenschap, terreur in naam van het volk.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">e)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Het ontstaan van democratische staten berust erop dat tussen klassen met tegenovergestelde belangen <em>een<\/em> overeenkomst heeft bestaan: voor beide zijden was een staat nuttig die het respect voor de respectievelijke eigen belangen bij de anderen afdwingt. De eenheid tussen bourgeoisie en proletariaat was een <em>negatieve<\/em> \u2013 ze richtte zich tegen een staat die zich tot instrument van een onproductieve klasse maakte; in Amerika de <em>directe oprichting<\/em> van een burgerlijke staat.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">f)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De verheerlijking van de democratie heeft met haar verklaring niets te maken, en ze voert normaliter de voordelen aan die niet bepaald veel burgers ten deel vallen; als het om haar verdediging gaat, is men toch al niet kieskeurig. Het loflied op de democratie komt het liefst tot stand door een \u201cvergelijking\u201d met het verleden of met verafgelegen streken: alle fases van de wereldgeschiedenis, India\u2026 \u2013 waarbij elke kritiek verworpen wordt door het aanvoeren van ergere toestanden. Als men de vergelijking tussen burgerlijke democratie en vroegere maatschappelijke verhoudingen serieus bedoelt, zal men in de vooruitgang \u2013 erkenning van de (abstract) vrije wil, afschaffing van persoonlijke afhankelijkheidsverhoudingen etc. \u2013 ook de dwang ontdekken waaraan de meerderheid van de vrije burgers onderworpen wordt: dat alle vrijheden niet verder reiken dan het staatsgezag toestaat, dus dat hun beperking ge\u00efnstitutionaliseerd werd, ja dat hun legitimiteit staat of valt met hun bruikbaarheid. Dit is het domein van de populaire <em>interpretaties<\/em> van de democratische opdrachten en taken, waar naast journalisten vooral de revisionisten binnen en buiten de universiteiten gretig aan deelnemen; bij de desbetreffende interpretatiekunst speelt de zogenoemde kloof tussen aanspraak en werkelijkheid een belangrijke rol \u2013 te veel of te weinig democratie aandurven, bepleiten, realiseren\u2026 <\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p align=\"center\" class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">IV<\/font><\/p>\n<p align=\"center\" class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Recht \u2013 bescherming van persoon &#038; eigendom \u2013 moraal<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De <em>legitieme macht<\/em> van de staat onderwerpt de burgers aan de wet. De staat verschaft het <em>recht<\/em> gelding en dwingt de burgers zo tot wederzijdse erkenning van hun vrije wil. De rechtspleging zorgt zowel voor de <em>bescherming van persoon en eigendom<\/em> als voor de soevereiniteit van de staat. Ze<em> handhaaft<\/em> de concurrentie door de vrijheid van de priv\u00e9-personen afhankelijk te maken van de overeenstemming van hun handelingen met het recht. De staat beoordeelt of alles wat zijn burgers doen conform de wet geschiedt en verleent zijn oordeel geldigheid door het geschonden recht weer te <em>herstellen<\/em>. Dankzij de macht van de staat is de wet inherent aan de handelingen van de burgers, zodat de burgers de wettelijke geboden als zedelijke maatstaf erkennen en aan zichzelf en anderen aanleggen: <em>moraal<\/em>.<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">a)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Als de staat de vrije burgers \u2013 \u00a0persoon en eigendom \u2013 <em>beschermt<\/em> door hen te beperken, dan <em>berust<\/em> hij niet alleen op de collisies van de concurrentie; de <em>handhaving van de samenleving<\/em> waarin de vermeerdering van eigendom, de uitbreiding van de persoonlijke vrijheid, anderen buitensluit van de participatie aan de maatschappelijke rijkdom, is ook het <em>enige doel<\/em> van de burgerlijke staat. Doordat hij zijn macht inzet om elk soort inbreuk op een persoon en haar eigendom te verhinderen, zorgt hij zowel voor het behoud van de verschillen die hij in het economische leven aantreft als voor het uitvechten van de daarin opgesloten tegenstellingen, waarvan het resultaat bij voorbaat vaststaat. Dat de <em>gelijke<\/em> behandeling van de met verschillende middelen uitgeruste tegenstanders de beste garantie daarvoor biedt dat de <em>ongelijkheid<\/em> voortbestaat en groeit, willen de aanhangers van de gelijkheid absoluut niet begrijpen. In de gelijkheid zien ze geen geweldsverhouding, maar een ideaal waar ze de maatschappelijke verschillen aan meten. <\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">b)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Het realiseren van de gelijkheid is de aangelegenheid van de staat en in tegenstelling tot bovengenoemde opvatting geen onrecht, maar de <em>rechtstoestaand<\/em>. Door de handelingen van priv\u00e9-personen met de inhoud van de wet te vergelijken, bereikt de staat dat de vrijheid van een persoon eindigt waar het eigendom van een andere begint. Zo verschilt het oordeel van het recht fundamenteel met dat van de wetenschap. Terwijl het oordeel van de wetenschap de theorie over een onderwerp, de verklaring ervan vormt en als gedachten vasthoudt wat het onderwerp <em>is<\/em>, heeft het juridische oordeel niets gemeen met de verklaring van de handelingen die het toetst. Wat het recht is, houdt de juristen helemaal niet bezig \u2013 ze weten dat het recht in de vorm van wetten <em>bestaat<\/em>, die niet uit wetenschappelijke inspanningen resulteren maar uit de <em>wetgeving<\/em> van het staatsgezag; en ze hebben slechts een belang: te beoordelen of de handelingen van de staatsburgers conform de wet zijn of niet, en door de theoretische subsumptie van \u201ctoedrachten\u201d onder de wet hun subsumptie in de praktijk voor te bereiden. Juridische oordelen zijn geen wetenschappelijke inzichten, maar vergelijkingen, abstracties van de concrete inhoud van de handelingen door hun toetsing aan de wet; deze abstracties krijgen <em>objectieve gelding <\/em>door het gewelddadige optreden tegen de individualiteit: <em>politie en justitie<\/em>.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">c)<\/font><\/p>\n<p><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">Met de bescherming van persoon en eigendom garandeert de staat de enkele persoon een sfeer van vrijheid die grenzen stelt aan het nastreven van zijn bijzondere belangen. Het ageren van de vrije wil is afhankelijk van de vrije wil van anderen en wordt derhalve wettelijk geregeld; de staat schrijft de burgers de vorm van hun onderling verkeer voor. Het realiseren van hun <em>priv\u00e9 belangen<\/em> is hun <em>recht<\/em>, namelijk onder de voorwaarde geoorloofd dat het niet indruist tegen de wet. De staat zet zijn <em>geweldsmonopolie <\/em>in opdat de conflicten tussen de belangen in de maatschappij <em>zonder geweld<\/em> uitgevochten worden: de onderwerping van alle handelingen aan de wet is de basis voor de burgerlijke definitie van geweld als onrechtmatige daad; daardoor lijkt de kapitalistische maatschappij in de ogen van menig onderdaan op een idylle. Zeer verheugd over het geweldsmonopolie van de staat vergeet het bourgeoise verstand domweg dat vanwege de gelding van de wet het uitvoeren van <em>alle<\/em> zaken de onderwerping aan het staatsgezag omvat, dus dat het belang aan vrijheid ook een belang aan geweld is.<br \/>\n<\/font><\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">1. In het <em>civiel recht<\/em> bepaalt de staat de onderlinge betrekkingen van de van elkaar afhankelijke priv\u00e9-personen. Hij stelt normen vast voor de handelingen die uit het realiseren van de vrijheid van de persoon en uit het gebruik van het eigendom resulteren. Hij bepaalt<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; de voorwaarden waaronder iemand als rechtssubject geldt en als zodanig rechtshandelingen mag uitvoeren, d.w.z. wanneer en hoever de wil van een mens door anderen gerespecteerd moet worden, hetgeen dus in de burgerlijke maatschappij niet bij de vanzelfsprekendheden hoort: <em>personenrecht<\/em>;<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; de uitvoering van rechtshandelingen, hun diverse soorten, zowel de modus van hun afwikkeling als hun consequenties: omdat de priv\u00e9-personen bij hun zaken met anderen uitsluitend hun eigen voordeel beogen, moet de staat hen de grondvorm van de wettelijke relaties, het verdrag opdwingen, en wel door uiterst gedetailleerde voorschriften ten aanzien van alle factoren die deel uitmaken van het verdrag. De wet definieert wat als wilsuiting geldt, wanneer een wilsuiting geldig is, wat deze geldigheid impliceert (aansprakelijkheid) en <em>hoe<\/em> het contract moet worden nagekomen \u2013 en omdat elke contractant voor de andere slechts het middel voor zijn eigen voordeel is, moet de staat er ook voor zorgen dat zijn burgers geen contracten sluiten over dingen en diensten waar ze niet over beschikken. Gewelddadig verduidelijkt hij hen het exclusieve karakter van het door allen begeerde en gewaardeerde, daarom steeds geminachte priv\u00e9-eigendom: <em>aansprakelijkheid en zakenrecht<\/em>; <\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; de verhoudingen van persoon en eigendom op het speciale gebied van de relatie tussen de geslachten en tot het kind. Deze relatie heeft aparte regelingen nodig omdat man, vrouw en kind zich uit louter liefde verzetten tegen een bestaan als rechtspersonen. De staat dwingt hen gemeenschappelijk rechten en plichten te delen, ook op het vlak waar ze op grond van individuele genegenheid de wederzijdse buitensluiting achterwege laten. Daarmee verklaart hij de sfeer van het huiselijke geluk tot een geregelde nuttigheidsrelatie zodat de schending van het sacrament van het huwelijk zijn wereldlijke kanten heeft. Eerst komen de profane instanties, dan komt het Opperwezen!: <em>familierecht<\/em>;<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; de verhoudingen tussen persoon en eigendom die uit het overlijden van eigenaren resulteren. De staat garandeert het voortbestaan van het voordeel dat het eigendom binnen de familie oplevert en beperkt derhalve door testamenten de vrije beschikking over het priv\u00e9-eigendom, hetgeen reeds bij leven door diverse verboden geregeld wordt: <em>erfrecht<\/em>.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">2.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">In het <em>strafrecht<\/em> regelt de staat het herstellen van het geschonden recht. Anders dan in het civiel recht, dat de priv\u00e9 aanspraken definieert en normeert en de doorzetting van wettelijke verhoudingen beoogt \u2013 er moet niets verbodens gebeuren \u2013 gaat het in het strafrecht om de reactie van de staat op daden die de wet breken. Doordat deze reactie zelf als onderdeel van de wet verschijnt, als <em>codificatie van de misdaad<\/em> (nullum crimen sine lege), verliest de bescherming door de wet het idyllische dat haar door vergelijkingen met vroegere toestanden toegedicht wordt. Als het herstellen van het recht niets te maken heeft met de macht van de priv\u00e9 willekeur die op beschadigingen reageert; als het wraak, vete, duel etc. zelf als onrecht behandelt en het standpunt van de justitie niet dat van het beschadigde belang, maar dat van de als staat bestaande objectieve vrije wil is, dan handhaaft het recht een maatschappij waarin iedereen volgens een principe handelt waaraan de dwang tot onrecht immanent is.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; Het <em>schuldprincipe<\/em> eist niet alleen de constatering van een vrije wil bij de dader (toerekeningsvatbaarheid), maar vooral het bewijs dat de ge\u00efncrimineerde daad werd begaan door een vrije wil die weet dat hij onderworpen is aan het recht dat hij schendt: voorbedachte rade \u2013 nalatigheid. Misdaden kunnen slechts door mensen worden begaan die de wet gehoorzamen.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; De <em>straf<\/em>, waardoor de wet weer wordt hersteld, richt zich dus tegen de vrije wil; ze is geweld tegen persoon en eigendom en straft daarmee de schuldige (bekentenis) op adequate wijze. Preventie en reclassering zijn uit het doel van de straf afgeleide doelstellingen, die verduidelijken dat straffen niets te maken hebben met het verhinderen van onrecht \u2013 wat de sociologische voorstanders van nuttige straffen echter niet interesseert.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; Als bij de bepaling van de <em>strafmaat<\/em> voor verschillende delicten schijnbaar tegenstrijdige maatstaven worden gehanteerd (bijvoorbeeld economische criminaliteit \u2013 roof), dan bewijst dat alleen maar dat de staat de uiteenlopende vergrijpen niet even belangrijk vindt. En als bij de beoordeling van de opzettelijkheid van een daad gemoedsopwelling als verzachtende omstandigheid geldt, dan concedeert de wet de treurige realiteit van de burgerlijke maatschappij: het vraagt enige wilskracht om de beperkingen door anderen te verdragen; vandaar ook dat de berekenende wil, anders zeer graag gezien, als minderwaardig motief geldt wanneer hij de wet breekt.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">3. De onderwerping van de burgers aan de wet in overeenstemming met de wet te regelen, is zaak van het <em>publiekrecht<\/em>: het houdt zich dus bezig met de grondwettigheid van vorm en inhoud van de wetgeving en het uitvoeren van wetten en betreft zo uiteenlopende gebieden als<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; parlementaire procedures<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; jurisdictie en politie<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; belastingen<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; wetenschap etc., etc.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">Doordat de staat zich bij al zijn handelingen aan zijn eigen recht onderwerpt, <em>zich<\/em> als rechtssubject beoordeelt wanner hij wetten maakt (legislatieve macht), recht spreekt (judicatuur) en uitvoert (executieve macht), ontstaat de uiterst interessante vraagstelling over het geweldige nut van de wederzijdse controle van de staatsorganen: <em>ideologie van de machtenscheiding<\/em>. (MEW 7\/498) <\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">d)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De legitieme macht van de staat, waarvan de beperkende uitwerking op de belangen van de burgers aanvaard wordt, is het resultaat van de strijd tegen een soeverein die zijn macht over de maatschappij \u2013 in tegenstelling tot de rechtsstaat \u2013 niet dienstbaar maakte aan de doelstellingen van de maatschappij.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; Tegenover een vorst wiens woord wet was, moest de algemene gelding van het recht, de scheiding van een persoonlijke wil doorgezet worden: de roep om vrijheid en gelijkheid ging vergezeld van de strijd voor de onderschikking van de wetgever aan de wil van het volk, voor de onderwerping van de regering aan de wet en voor de onafhankelijkheid van de rechtbanken: hier ligt de oorsprong van de leer over de scheiding der machten.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; Terwijl in sommige landen de burgerij deze strijd uitvocht, verkondigde men in Duitsland de noodzakelijkheid van de burgerlijke staat \u2013 die niet tot stand kwam \u2013 door filosofische traktaten over de burgerlijke idealen. De verlichtingsfilosofie en -literatuur propageerden de burgerlijke staat door de deductie van zijn morele principes: praktische filosofie van Kant en Fichte. <\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">&#8211; Het ontstaan van de Amerikaanse democratie onderscheidt zich van het constitueren van Europese democratie\u00ebn daardoor dat de inbezitneming van het onbeheerde land en de daaruit voortkomende vrije concurrentie met het daarbijhorende recht van de sterkste de burgers dwong een staat te stichten. De staat was als resultaat van de activiteiten van vrije bezitters, die de staatsmacht alleen zo veel soevereiniteit toevertrouwden als het voor de concurrentie nuttig leek, van beging af aan uitsluitend het middel voor de belangen van het volk: de eerste democratie, met haar tot op de dag van vandaag ruwe zeden. <\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">e)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De burger wil het recht ter bevordering van zijn voordeel, ondanks het feit dat het hem tegelijkertijd beperkingen oplegt; naast zijn voordeel moet hij dus ook zijn beperking willen: <em>moraal<\/em>. Hij rechtvaardigt zijn onderwerping aan de macht, die hem schaadt, met het ideaal van deze macht en combineert de aan hem opgelegde dwang met zijn <em>deugd<\/em>. Zo gehoorzaamt hij niet alleen de wet, hij heeft ook een wettelijke gezindheid die zijn gehoorzaamheid dragelijk maakt. Al zijn handelingen meet hij aan het ideaal van rechtschapenheid, en daar hij bij zijn streven naar voordeel voortdurend zijn plichten verzaakt, doet hij dat met een slecht<em> geweten<\/em>. Dankzij de gewenning aan het zodoende behaalde voordeel mag hij dan wel de beoordeling van zijn handelingen als <em>goed<\/em> of <em>kwaad<\/em> vergeten, maar het oordeel van zijn medeburgers herinnert hem steeds weer daaraan, net zoals hij tegenover de anderen als slecht geweten fungeert: <em>openbare huichelarij<\/em>. Hierbij levert de morele activiteit het indrukwekkende bewijs dat het goede slechts schijn is en als <em>ideaal<\/em> de beste diensten bewijst; vandaar dat degene die probeert zijn idealen te realiseren verachtelijk idealist genoemd wordt. Terwijl de burgers de jeugd toestaan zekere idealen te koesteren \u2013 ze zijn ervan overtuigd dat in de harde arbeidswereld ook het enthousiasme voor idealen verandert in de gebruikmaking ervan als simpel functioneel middel voor de eigenbaat \u2013 beschouwen ze het moralisme van volwassenen als vervelende karaktertrek. Een volwassen mens idealist noemen, betekent daarom ook altijd hem van wereld- en levensvreemdheid te betichten, wat ook tegenover communisten gebruikelijk is zolang ze geen gevaar vormen.<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">\u00a0De moraal is dus geenszins een overbodige bijkomstigheid in het burgerlijke circus, maar ze \u00a0<em>verinnerlijkt <\/em>de<em> dwang<\/em> die men omwille van het eigen succes aanvaardt, ze is de instelling die men nodig heeft om de opoffering, die het succes vereist, te accepteren. De moraal doorstaat zelfs langere periodes waarin helemaal geen vooruitgang geboekt wordt, en ze bewijst haar waarde zowel aan de zon- als aan de schaduwzijde van de maatschappij.<em> <\/em>De enen dient ze als welkomen aanvulling op hun voordeel \u2013 nonchalant verkondigen ze met spreuken over het ware, het goede en schone dat ze eigenlijk naar iets hogers streven; de anderen biedt ze in haar vulgaire vormen troost in hun ellende; en voor beide zijden is ze de verwezenlijkte onthouding inzake verandering.<\/font><\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">\u00a0Zo verbaast het niet dat in de modernste van alle maatschappijen de radicale kritiek haar tanden uitbijt aan het moralisme van haar adressaten, en dat niet alleen aan het moralisme in zijn theoretische vorm, het verkeerde bewustzijn. De idealen altru\u00efsme, bescheidenheid, eerlijkheid, mededogen, naastenliefde etc. wil het gehele volk in praktijk brengen, van de naaister tot en met de echtgenote van de president; en iedereen voelt zich geroepen om aan alle mogelijke goede doelen te doneren. Ze verzamelen zich in verenigingen ter georganiseerde verdomming en verwaarlozing van de jeugd, in de vaste overtuiging daar te krijgen wat ze in het normale bestaan ontberen: gemeenschap met anderen, solidariteit, vriendschap \u2013 ze compenseren de dwang tot onderlinge concurrentie met het walgelijke gemeenschapsgevoel op basis van hun idealen, zelfs dan als hun idealisme van hen nog meer offers vergt.<\/font><\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">\u00a0Bij al deze morele activiteiten speelt de <em>religie<\/em> de belangrijkste rol. Marx heeft het <em>christendom<\/em> de adequate religie van het kapitalisme genoemd. De cultus van de abstracte christenmens realiseert de voorstelling van god als de opperste almachtige rechter, aan wie men enerzijds nagenoeg alles te danken heeft, van wie men anderzijds ook niets cadeau krijgt \u2013 behalve de genade als erfzondaar godgevallig te mogen leven. Iedereen zondigt, toont berouw en hangt heel bescheiden de rechter over de daden van anderen uit. Kleine verschillen zijn ook bij deze vorm van \u201cgeestelijke onderwerping\u201d in de christelijke gemeente niet over het hoofd te zien: de enen preken en onderwijzen anderen in de juiste moraal (wat een echt beroep is geworden) \u2013 de anderen maken ze zich eigen en hun huichelarij op het vlak van christelijke maatstaven maakt eerder een amateuristische indruk. Het naast het materialisme van de kapitalistische maatschappij in praktijk gebrachte idealisme van de religie kan de afnemende onderdanigheid van de mensen \u2013 die uit de <em>kerk<\/em> uittreden omdat die zich niet beperkt tot de theoretische propaganda van de moraal, maar haar gemeente op basis van het geloof wereldlijk engagement voorschrift; bij de verminderde aantrekkingskracht van het geseculariseerde geloof past de inmenging van de kerkelijke instituties quasi als belangengroep \u2013 wel verwerken omdat de staat in de christelijke verpleger en jeugdpredikant al lang de nuttige kanten van het geloof heeft ontdekt. De ijver van de christelijke caritas verandert gemakkelijk, quasi als bijproduct, in haat op mensen die niet van dieren houden en ook niet bereid zijn in de praktijk het voortbestaan van de burgerlijke ellende te ondersteunen door aan de offers die anderen moeten brengen hun eigen offer toe te voegen.<\/font><\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">f)<\/font><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\"><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">De <em>logica van het morele denken<\/em> past precies bij de reden voor moraal: de onderwerping aan de staat als prijs voor de gouden vrijheid. Als een burger, die de restricties van overheidswege goedkeurt en ten koste van een medeburger zijn voordeel wil behalen, argumenteert hij zowel met <em>diens eigen nadeel<\/em> als met de afleiding van een <em>algemene<\/em> schade die optreedt indien de contractant bij zijn harde houding blijft. De normale vorm van afkeuring onderscheidt zich aanzienlijk van kritiek op de doelen die in onze prachtige maatschappij van staatswege gebillijkt en verordend worden; de afkeuring richt zich steeds <em>tegen<\/em> de vrijheid van anderen en wil zich het bestaande staatsgezag ten nutte maken. Dit is trouwens niet alleen bij de kleine weerzinwekkende tussenmenselijke pesterijen aan de orde van de dag, maar ook bij openbare beraadslagingen over zulke fundamentele kwesties als maatschappelijke structuur en betamelijk gedrag. Terwijl de maatschappijtheorie van de fatsoenlijke burger overgangen behelst naar de fascistische veroordeling van zelfs de kleinste vrijheden die zich iemand permitteert (\u201cals dat iedereen zou doen!\u201d), gaat de revisionistische moraalfilosofie iets anders te werk bij de indeling van de burgers en hun handelingen in nuttig\/goed \u2013 schadelijk\/kwaad. Het vaste standpunt van de massa\u2019s heeft echter met Marx niets te maken, hoewel men zich op hem beroept: de klassieke criticus heeft <em>het kapitaal<\/em> en dus de kapitalisten bekritiseerd; hij overwoog daarom ook geen bondgenootschappen met sympathieke kleine kapitalisten. Bovendien waren de massa\u2019s in zijn ogen niet <em>rechteloos<\/em> en goed, net zomin als het financierskapitaal (een aanrakingspunt met de fascisten!) <em>onrechtvaardig<\/em> was als alles andere onaangename. De morele maatschappijkritiek is logisch gezien grote onzin, maar als bijdrage tot het geordende samenleven in een democratie is haar invloed enorm \u2013 hetgeen de alternatieve sc\u00e8nes aller landen merken en nadrukkelijk op <em>amorele <\/em>wijze hun individualiteit cultiveren tegen haar domesticatie door het burgerlijke leven. Uit de integratie van de desbetreffende capriolen \u2013 vooral op het gebied van groene wereld en seksualiteit \u2013 blijkt de <em>tolerantie<\/em> van de democratie: een beetje buiten het gareel lopen is toegestaan \u2013 als echter het kapitaal en de openbare orde in het geding komen, is het gauw afgelopen met de tolerantie. Vanzelfsprekend horen de vormen van de oprichting van de rechtsstaat in het arsenaal van stereotypen waarmee men dit gebeuren kritisch verheerlijkt: Franse Revolutie met haar grandioze idee\u00ebn, Kants filosofie met haar morele sterrenhemel en het wilde westen zijn blijvende rekwisieten van de moderne moraal.<\/font><\/p>\n<p><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">\u00a0\u00a9 Gegenstandpunkt Verlag 1980\/1999<br \/>\n<\/font><\/font><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p><font size=\"3\"><font face=\"Times New Roman\">\u00a0<br \/>\n<\/font><\/font><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/p>\n<p><em><font face=\"Times New Roman\" size=\"3\">\u00a0<\/font><\/em><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>I Vrijheid &#038; gelijkheid \u2013 priv\u00e9-eigendom \u2013 abstract vrije wil \u00a0 De burgerlijke staat is de politieke macht van de kapitalistische maatschappij. Hij onderwerpt de spelers van de kapitalistische productiewijze onder abstractie van alle natuurlijke en maatschappelijke verschillen aan zijn heerschappij en veroorlooft hen zo het nastreven van hun tegengestelde particuliere belangen: gelijkheid &#038; vrijheid. [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":0,"menu_order":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-169","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/169","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=169"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/169\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=169"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}