{"id":123,"date":"2008-03-17T13:03:08","date_gmt":"2008-03-17T12:03:08","guid":{"rendered":"http:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/?page_id=123"},"modified":"2011-02-15T11:47:07","modified_gmt":"2011-02-15T10:47:07","slug":"de-loonkwestie-toen-en-nu","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/?page_id=123","title":{"rendered":"De loonkwestie &#8211; toen en nu"},"content":{"rendered":"<p class=\"MsoNormal\"><strong> <\/strong><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">\n<p align=\"center\" style=\"text-align: center\" class=\"MsoNormal\"><strong>Van staatsbedreigende klassenstrijd tot vakbondsritueel<\/strong><\/p>\n<p align=\"center\" style=\"text-align: center\" class=\"MsoNormal\"><strong>I.<\/strong><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">Er was een tijd dat de leden van de loonafhankelijke klasse streden om van loonarbeid te kunnen leven. Ze waren niet langer bereid \u2013 vaak spontaan en plaatselijk, soms reeds op vakbondsniveau \u2013 om hun arbeidskracht onder de destijds heersende erbarmelijke omstandigheden in de fabrieken en voor miserabele lonen te laten gebruiken, omdat ze daarbij te gronde gingen. Steeds opnieuw spanden ze samen tegen de macht van het eigendom om de kapitalisten \u2013 die ze als uitbuiters en uitzuigers kenden en ook zo noemden \u2013  gewelddadig te dwingen met de elementaire arbeidersbelangen rekening te houden: als de fabriekseigenaren verder hun arbeidskracht wilden gebruiken, moesten er <em>grenzen<\/em> worden gesteld aan dit gebruik. <em>Van het loon<\/em> waarvan ze moesten leven, wilden ze ook <em>kunnen leven<\/em>. Met dit standpunt voerden ze \u2013 min of meer vastberaden, min of meer succesvol \u2013 een nooit eindigende strijd om verhoging van het loon en beperking van de arbeidstijd; tegen kapitalisten die met de grootste vanzelfsprekendheid in ruil voor het betaalde loon het recht opeisten om de arbeidskracht naar eigen goeddunken zo extensief en intensief mogelijk aan te wenden; die bovendien inzake loonbetaling allerlei redenen aanvoerden om het loon te beknotten of in te houden; die hun arbeiders dus kennelijk alleen maar als menselijk materiaal benutten waar ze zich door productieve uitbuiting aan verrijkten, en dit hoe beter, hoe meedogenlozer ze de primaire levensnoodzakelijkheden van de arbeiders negeerden. Die dus duidelijk lieten blijken wat het levensonderhoud van de klasse voor hen betekende: niets anders dan vermindering van de beoogde winst.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">De arbeiders moesten de strijd om hun voortbestaan echter van meet af aan niet enkel tegen de fabrieksheren voeren. Ze kregen meteen te maken met de staatsmacht en zodoende met de <em>politieke<\/em> natuur van de productieverhouding waarin voor hen uitsluitend de rol van volgzame en willekeurig chanteerbare, extreem goedkope en gewillige dienstknechten van de kapitalistenklasse was weggelegd. De staat zag <em>zich<\/em> direct uitgedaagd door degenen die de loonkwestie aan de orde stelden en heeft zich dan ook zonder aarzeling tot <em>zijn raison bekend<\/em>: namelijk dat hij de bescherming van de economische en maatschappelijke orde \u2013 waarin alles erom draait dat een klasse van eigenaren zich zo succesvol mogelijk door de arbeid verrijkt die een klasse van bezitloze proletari\u00ebrs verricht \u2013 als zijn voornaamste taak en opperste doelstelling beschouwde. Tegen de op loon aangewezen en voor een leefbaar loon strijdende arbeiders is de staat onverhuld als politiegeweld opgetreden, als overheid die in dienst staat van de uitbuiters, vakbonden verbiedt en arbeiders degradeert tot rechteloze, aan de uitbuiters weerloos overgeleverde onderdanen.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">De staat heeft de aangelegenheid dus veel principi\u00ebler opgevat dan de arbeiders die begonnen waren voor hun overleven <em>binnen<\/em> het systeem van loonarbeid te strijden. Door zijn optreden heeft hij in de praktijk verduidelijkt dat de loonkwestie het systeem als zodanig betreft. Deze eenduidige les heeft echter slechts een minderheid van de arbeidersbeweging geleerd: communisten die de strijd voor meer loon en betere arbeidsvoorwaarden als een tegenstrijdige en daarom hopeloze poging bekritiseerden; ze begrepen dat het kapitalistische uitbuitingssysteem en de belangen van de uitgebuite arbeiders onverenigbaar waren, stelden van hun kant het maatschappelijke systeem in zijn geheel in vraag en probeerden hun klassenbroeders ervan te overtuigen dat ze zonder afschaffing van het systeem van het eigendom, dat hen onvermijdelijk tot slachtoffers maakte, nooit een fatsoenlijk bestaan konden leiden. Zoals bekend hadden ze geen succes; ze werden van overheidswege vervolgd en vernietigd. En hoe verging het de loonkwestie?<\/p>\n<p align=\"center\" style=\"text-align: center\" class=\"MsoNormal\"><strong>II.<\/strong><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">Enkele decennia later en gedurende enkele decennia \u2013 we bevinden ons in de sociale markteconomie \u2013 is de situatie volledig veranderd; de loonkwestie lijkt werkelijk in goede banen geleid. De arbeiders, die nu werknemers heten, hoeven niet langer voor hun bestaan te vrezen en te vechten. Ze zijn al lang geen rechteloze onderdanen meer, met huid en haar overgeleverd aan de willekeur van hun fabrieksheren. Veeleer weten ze zich gesteund door talrijke <em>behartigers van hun belangen<\/em> die ze in de arm kunnen nemen telkens wanneer ze redenen tot ontevredenheid hebben of zich onrechtvaardig bejegend voelen.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">In het bedrijf worden ze terzijde gestaan door een <strong>ondernemingsraad<\/strong> indien de werkgever hun legitieme aanspraken met voeten treedt of ze zich geconfronteerd zien met onredelijke arbeidsvoorwaarden en prestatie-eisen. Binnen het kader van de <strong>arbeids- en sociale wetgeving<\/strong> \u2013 die de ondernemer verplicht rekening te houden met de duurzame bruikbaarheid van het menselijke arbeidsmateriaal \u2013 en voor zover het volgens de <strong>Wet op de ondernemingsraden<\/strong> binnen zijn macht ligt, helpt de ondernemingsraad de werknemers tot hun recht te komen. In al deze gevallen mogen ze vanzelfsprekend ook naar de <strong>arbeidsrechtbank<\/strong> gaan. Zijzelf hoeven voor hun verzoeken helemaal niet meer te strijden. Met deze zaken houden zich officieel bevoegde instanties bezig \u2013 die dan echter ook over de billijkheid van de ingediende verzoeken soeverein beslissen. De overheid is zo bij elke omstreden principekwestie inzake loon en prestatie van huis uit mede betrokken, en ze oordeelt in naam van het algemeen belang erover of en in welke mate het noodzakelijke levensonderhoud van arbeiders zowel principieel als in concrete gevallen respect toekomt. De overheid heeft zich immers <em>ingenesteld<\/em> in de klassentegenstelling om de klassenstrijd, die ooit dreigde te ontaarden in ondermijning van de klassenmaatschappij, in vreedzame banen te leiden. Ze heeft daarvan een <em>rechtsstrijd<\/em> gemaakt en in het verloop van dit proces een behoorlijk aantal proletarische belangen in eigen hand genomen.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">De <strong>vakbonden<\/strong> zijn al lang niet meer verboden, integendeel: ze genieten als quasi publiekrechtelijk lichaam met sociale opgaven erkenning van staatswege. De arbeiders betalen contributie en wat ze in ruil daarvoor van hun vereniging krijgen, mag er wezen. Over het loon en zijn regelmatige groei parallel met de economische groei hoeven ze zich niet langer het hoofd te breken. Dat regelt plaatsvervangend voor hen de vakbond in loonrondes, en de staat met zijn autoriteit verklaart het onderhandelingsresultaat bovendien algemeen verbindend. Deze opmerkelijke vooruitgang bij het vinden van een maatschappelijke consensus over het loonvraagstuk is te danken aan een leerproces dat beide zijden, burgerlijke klassenstaat en vakbonden, hebben doorlopen. De staat ontdekt het voordeel van arbeidersassociaties die alle met de loonstrijd onvermijdelijk gepaard gaande machts- en chantagekwesties ordentelijk regelen; vandaar dat hij hen de status van het algemeen nut beogende organisaties toekent, incluis de navenante rechten en beperkingen, het stakingsrecht en zijn regulatieven \u2013 om hun gewenst functioneren te garanderen. De vakbonden van hun kant trekken uit hun ervaringen met de burgerlijke staat de omgekeerde les: wanneeer ze als instellingen ter behartiging van arbeidersbelangen officieel erkend en geautoriseerd willen worden om de loonstrijd te voeren, moeten ze afzien van alles wat op klassenstrijd lijkt en uit de wettelijke voorschriften afleiden hoe ze voor de belangen van hun leden mogen opkomen. Naarmate ze daaraan wennen, mogen ze doen wat ze willen en als autonome onderhandelingspartners met de ondernemers overeenkomen welk maatschappelijk loonniveau in het land bindend te gelden heeft.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">De moderne vakbonden zetten zich in voor <strong>rechtvaardige verdeling<\/strong> van de rijkdom die de arbeiders produceren. Ter rechtvaardiging van hun looneisen hanteren ze zo interessante hogere gezichtspunten als \u201cde winst&#8221; &#8211; die de uitbuiters uit hun arbeiders hebben gehaald &#8211; en \u201cde gegroeide productiviteit&#8221; &#8211; die daarbij goed van pas kwam \u2013 om met zulke of soortgelijke verwijzingen naar de voorbije of toekomstige <em>zakensuccessen van het kapitaal<\/em> de voorhanden \u201cspeelruimte&#8221; te vermelden voor de herverdeling van rijkdom ten gunste van hun leden. De vakbonden <em>modereren, <\/em>in zekere zin als derde partij tussen de klassen, de klassentegenstelling door het loon te gebruiken als onderhandelingsstof, waarover beide zijden, kapitaal en arbeid, een <em>compromis<\/em> dienen te bereiken: volgens hun overtuiging met een portie goede wil geen onmogelijke zaak. Zelfs als ze zich genoodzaakt zien af en toe met stakingen \u201cdruk uit te oefenen&#8221; \u2013 hun constructieve houding staat een <em>eensgezinde oplossing van de loonkwestie<\/em> niet in de weg, zodat er tussen de klassen <strong>loonrechtvaardigheid<\/strong> heerst: de ene klasse krijgt altijd zo veel bestaansmiddelen als de andere overeenbrengen kan met haar belang aan rendabele uitbuiting. Het loon <em>is<\/em> de geldsom waarmee de arbeiders moeten rondkomen, de cruciale factor voor hun bestaan \u2013 maar wat ze voor hun levensonderhoud werkelijk <em>nodig hebben<\/em> is allerminst de maatstaf als de moderne vakbonden hun loonstrijd voeren.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">Wie wegens werkloosheid, ziekte of ouderdom in nood verkeert, belandt in een moderne markteconomie niet meer in de goot: hij kan terecht bij het arbeidsbureau of de sociale dienst waar men zich in het kader van de <strong>sociale wetgeving<\/strong> om zijn wensen bekommert. Ook op dit gebied toont de traditierijke burgerlijke staat zijn leervermogen en trekt een conclusie uit het feit dat het lastige \u201csociale vraagstuk&#8221; hem altijd voor ordeproblemen stelt. Dermate onverenigbaar met het levensonderhoud van de werkende massa\u2019s hoeft het moderne kapitalisme in ieder geval niet te zijn dat er net als vroeger talloze onbruikbare doodarme figuren in portieken verkommeren en de binnenlandse orde \u2013 Weimar! Jordaan! \u2013 in gevaar dreigt te komen. De staat zorgt dus voor <strong>bestaanszekerheid<\/strong> van zijn minvermogende klasse en tevens voor <strong>sociale vrede<\/strong>; ook daarbij kan hij van het &#8211; nog vrij recente &#8211; optreden van bepaalde voorgangerstaten iets belangrijks leren: zo veel puur geweld als die nodig vonden, behoeft het helemaal niet voor de sociale pacificering van een kapitalistische klassenmaatschappij. Waar de fascisten met hun sociale voorzorg meteen alle arbeidersorganisaties ontmantelden, door overheids- functionarissen vervingen en een groot \u201carbeidsfront&#8221; oprichtten waarin ook ruimte was voor de bestaanszekerheid van kapitalistisch onbruikbare volksleden \u2013 onder de leus \u201carbeid en brood&#8221; moesten ze \u201carbeidsdienst&#8221; doen \u2013 daar brengt de democratische samenleving de als onvermijdelijk erkende ellende van haar arbeiders in het reusachtige bureaucratische apparaat van haar sociaalstaat onder. Ze organiseert een zelfstandig beheerd systeem van sociale verzekeringen dat, met geconfisqueerde loonbestanddelen van de arbeidersklasse gefinancierd, de notoire minvermogenden door de onvermijdbare wisselvalligheden van hun proletarisch bestaan loodst. Met het zodanig verdeelde en uitgesmeerde loon komt weliswaar geen tevredenstellend levensonderhoud van de enkele leden van de werkende klasse tot stand, maar met z&#8217;n allen zijn ze tenminste verzekerd van een subsistentie zodat de klasse in haar armoede zowel overleven als voor komende generaties van nuttige arbeiders zorgen kan.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">De ellendige proletari\u00ebrs hebben derhalve \u00fcberhaupt geen reden meer om zich \u201crechteloos&#8221; of anderszins van hun samenleving buitengesloten te voelen. De leden van de klasse beschikken allemaal over <strong>aanspraken<\/strong> om in bepaalde noodsituaties door sociale instanties <strong>verzorgd<\/strong> te worden, en wat dat betreft mogen ze \u2013 qua uitkeringshoogte en -duur \u2013 van een bijzondere historische meevaller profiteren: de naoorlogse West-Europese democratie is net een front aan&#8217;t vormen tegen het communistische Oostblok en hecht daarom buitengewoon veel waarde aan het bewijs, dat arbeiders beter dan in het &#8220;re\u00eble socialisme&#8221; in een systeem kunnen leven dat hun productieve arbeid vrij en democratisch exploiteert. Er zijn dus twee maatregelen nodig: enerzijds het bestrijden van het (binnenlandse) communistische gevaar <em>en<\/em> anderzijds een zeer \u201c<em>sociale markteconomie<\/em>&#8221; waar arme arbeiders zelfs zonder loon met uitkeringen kunnen rondkomen.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">De<strong> regering<\/strong> treedt tegenover haar arbeidersklasse al lang niet meer op als repressieve overheid. Ze is <strong>democratisch gekozen<\/strong>, ook door het werkende deel van haar volk dat uiteraard <strong>stemrecht<\/strong> geniet. De staat ziet het nut in van het principe waarbij het <em>gehele <\/em>volk periodiek beslist <em>door wie<\/em> het geregeerd wil worden, en zo naast zijn duurzame politieke loyaliteit ook zijn bereidheid toont het kapitalistische reglement te aanvaarden. Juist ten opzichte van de klasse waarvan de productieve diensten zeer welkom zijn, hetgeen echter onvermijdbaar gepaard gaat met moeilijkheden, bewijst de democratische procedure haar grote waarde: ook die mensen die op grond van hun praktische levenservaringen voortdurend ontevreden zijn met de politieke regulering van hun behoeften, houden vast aan het grondbeginsel dat de maatschappelijke \u2013 dus ook hun eigen \u2013 levensomstandigheden door een <em>overheid<\/em> volgens een <em>staatsraison <\/em>moeten worden <em>bepaald<\/em>; en hetzelfde grondbeginsel biedt\u00a0 het permanente proletarische ongenoegen over zijn leefsituatie een uiterst constructieve uitweg: het kiezen van een <em>betere regering<\/em>, en <em>daar<\/em> hebben ook arbeiders recht op!<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">Daarvan genieten ze dan ook met volle teugen. Waar de macht principieel <strong>in naam van het volk<\/strong> wordt uitgeoefend, willen de heersenden immers niet enkel kond doen dat ze de morele verplichting hebben om uitsluitend alle in de samenleving actieve belangen ten dienste te staan; ze laten bovendien het volk beoordelen hoeveel indruk hun mooie reclame voor zich en hun regeringskunst achterlaat, riskeren dus de ramp van niet-herkiezing; vandaar dat de partijen alle registers opentrekken om bij de kiezers goed over te komen: ook <em>arbeiders<\/em>, de \u201csociaal zwakken&#8221; met hun <em>specifieke belangen<\/em>, moeten zich door de politiek van de partijen, die voornamelijk volkspartijen zijn, goed vertegenwoordigd zien. Ze moeten hun chronische ontevredenheid over hun leefsituatie wijten aan <em>nalatigheden en fouten<\/em> die op regeringsniveau worden begaan \u2013 en met hun stem ervoor zorgen dat <em>de staat beter bestuurd<\/em> wordt. Zo is \u201chet sociale vraagstuk&#8221; succesvol <em>gepolitiseerd<\/em>, namelijk volledig vertaald naar \u201cgoed regeren&#8221; van de samenleving en haar vaststaande politieke agenda &#8211; en daarom in goede handen bij degenen die om regeringsmandaten strijden.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">Wie zijn christelijke of liberale regering alsmaar te onsociaal vindt \u2013 hoewel ook deze partijen \u201csociale vleugels&#8221; hebben \u2013  kan zijn teleurstelling kwijt door op de <strong>oppositie<\/strong> te stemmen: een<strong> sociaaldemocratische partij<\/strong> staat in de startblokken met de belofte bij het regeren vooral rekening te houden met het \u201csociale aspect&#8221;. Die partij wordt weliswaar vanaf het begin van haar parlementaire carri\u00e8re ervan verdacht vanwege haar afkomst uit de arbeidersbeweging of het \u201clinkse kamp&#8221; antipathie en zelfs vijandschap tegen het kapitalisme te koesteren, maar sinds haar overtuigende bewijsvoering dat ze niet slechts een \u201csterke oppositie&#8221; voert maar ook in elk opzicht \u201cregeringsbekwaam&#8221; is, blijkt deze verdenking ongegrond; en de arbeidersklasse mag uit het partijenspectrum een partij kiezen die twee dingen tegelijk kan: het kapitalistische algemeen belang met al zijn systeemimmanente noodzakelijkheden regeren \u2013 en <em>daarnaast<\/em> hardnekkig de schijn wekken dat ze daarbij eigenlijk uitsluitend \u201chet welzijn van de sociaal zwakken&#8221; beoogt. De sociaaldemocraten zijn ware meesters in het cultiveren van de legende uit hun begintijd dat alleen zij de steun en toeverlaat van alle arme en rechteloze mensen zijn; ze presenteren zich als de enige echte belangenbehartigers die de loonafhankelijken helpen tot \u201chun recht&#8221; te komen \u2013 en maken vervolgens, als ze regeringsverantwoording dragen, in de praktijk duidelijk dat dit recht parallel groeit met het <em>succes van de natie<\/em>, waar hun politiek naar eigen zeggen <em>beter<\/em> voor zorgt dan die van hun concurrentie. Zo raken de arbeiders eraan gewend hun eigen voortkomen en het welslagen van de nationale dwanggemeenschap, waarin ze hun dienst verrichten, te vereenzelvigen, en vice versa: het nationale succes kunnen ze zichzelf toeschrijven, ze hebben het (mede) bewerkstelligd en naarmate het toeneemt, neemt hun tevredenheid toe.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">En last but not least wordt de moderne arbeider door nog een potente pleitbezorger bijgestaan: de <strong>vrije media<\/strong> vervullen ook ten opzichte van arbeidersbelangen hun democratische controlefunctie en verheffen elke &#8220;onrechtvaardigheid&#8221; tot publiek schandaal; hetzij dat ze een verantwoordelijke organisator van de alledaagse uitbuiting in de fabriek betrappen bij een laakbare handeling, hetzij dat ze de politieke hoeders van de sociale gerechtigheid plichtsverzuim verwijten: overal zijn ze present en hekelen dat iemand van het hooggeplaatste personeel te ver boven de mensen staat en te weinig oog heeft voor de problemen van \u201cde gewone man&#8221;. Zijzelf daarentegen hebben voor diens nood niet alleen een open oor; ze weten ook hoe hij met zijn moeilijkheden moet omgaan en bieden hun proletarisch publiek de correcte geestelijke ori\u00ebntatiehulp bij het rondkomen met beperkte middelen. Ook op het geestelijke vlak wordt de arbeiders hun eigen belang uit handen genomen \u2013 door artikelen en commentaren ter open meningsvorming over de levensomstandigheden in de klassen- maatschappij, allemaal lessen die op dezelfde boodschap neerkomen: de \u201csociaal zwakken&#8221; moeten inzien dat hun situatie onveranderlijk is en dat dus hun gezeur erover in de praktijk zonder gevolgen blijft. Bijzonder leerzaam in dit verband is de scholing in de techniek van het vergelijk. Natuurlijk: het leven van een gewone arbeider is allesbehalve een pretje, maar vergeleken met de levens- omstandigheden van vroeger moet hij wel toegeven dat hij het behoorlijk goed getroffen heeft met zijn democratisch en sociaal vaderland: sociaal beschermd, deelgenoot van de economische groei en als lid van een welvaartsmaatschappij bijna overdreven goed ondergebracht.<\/p>\n<p align=\"center\" style=\"text-align: center\" class=\"MsoNormal\">*<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">Zo is de moderne arbeider perfect ge\u00efntegreerd in de kapitalistische samenleving; daar hij regelrecht omringd wordt door belangenbehartigers die <em>voor hem<\/em> actief zijn en zich over zijn verlangens ontfermen, ziet hij geen enkele reden meer om voor zijn eigen belangen <em>tegen<\/em> iemand op te treden; zelfs zijn uitbuiters zijn er om hem te dienen en heten werkgevers. Het lijdt geen twijfel: de staat heeft het gevaar voor de staatsveiligheid, dat hij zich met de arbeidersklasse op de hals heeft gehaald, succesvol afgewend: de klasse heeft het strijden afgeleerd.<\/p>\n<p align=\"center\" style=\"text-align: center\" class=\"MsoNormal\"><strong>III.<\/strong><\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">Heden ten dage \u2013 we bevinden ons in het tijdperk van een \u201cglobalisering&#8221; \u2013 is de situatie weer volledig veranderd. De loonkwestie is zo actueel dat elke dag naar passende antwoorden wordt gezocht; ze manifesteert zich echter niet als strijd van de arbeidersklasse voor de verdediging van haar bestaansmiddel, maar als <em>hervormingsijver van de kapitalisten<\/em> die voor de perfectionering van hun uitbuitingscondities strijden. In ruil voor de dienst waarmee ze hun arbeidskrachten verblijden \u2013 ze geven hen werk \u2013 eisen ze <em>meer<\/em> arbeid voor <em>minder<\/em> loon en vrije beschikking over de arbeidskracht, afhankelijk van de bedrijfsbehoefte en onafhankelijk van de levensbehoefte van de loonafhankelijken. Van de vakbonden verlangen ze een handtekening onder de arbeidstijdregelingen en loonkortingen die zij dicteren \u2013 met de dreiging hun onderhandelings- en consensuspartner anders helemaal buitenspel te zetten. Hun nagestreefd ideaal zijn decentrale loononderhandelingen op bedrijfsniveau.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">De politieke hoeder van het algemeen belang ondersteunt zijn ondernemers in hun strijd. De \u201c<em>sociale verworvenheden<\/em>&#8221; die decennialang onweerlegbaar moesten bewijzen dat het kapitalistische uitbuitingssysteem en het levensonderhoud van de massa\u2019s volkomen verenigbaar zijn, worden thans als grote <em>misstand<\/em> aan de kaak gesteld: uitgerekend uit de explosieve groei van het aantal uitkeringsgerechtigden blijkt nu de \u201c<em>ondragelijke overbelasting<\/em>&#8221; van het bestaande sociale stelsel. De afkeuring wordt consequent in de daad omgezet, en stap voor stap breekt men de bekende \u201cverworven rechten&#8221; af, de enigszins solide bestaansbasis waaraan de arbeiders gedurende een halve eeuw mochten wennen. Daarbij worden ze geenszins teruggeworpen naar hun rechteloze toestand van weleer, integendeel: de sociaalstaat houdt hen streng onder controle; hij wendt simpelweg alle sociaalrechtelijke instrumenten aan \u2013 ooit beproefde middelen voor de pacificering van de klasse \u2013 om de inkomens van de arbeiders op alle fronten te korten. De vreedzame houding die de klasse aan de dag legt, wordt hierbij verondersteld en verwacht.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">Dat alles gaat gepaard met een publieke propaganda die eveneens strijdt: tegen de <em>dwaalleer<\/em> dat het arbeidsloon voldoende moet zijn om het eigen levensonderhoud te bekostigen \u2013 en voor het <em>inzicht<\/em> dat met onmiddellijke ingang precies het omgekeerde dient te gebeuren: de kans om <em>\u00fcberhaupt<\/em> voor een vaststaand loon te kunnen werken \u2013 is voor de loonafhankelijken vanaf nu <em>een groot geschenk<\/em>; <em>\u00fcberhaupt gebruikt<\/em> en succesvol uitgebuit te worden, <em>is het voornaamste nut<\/em> waarop ze mogen hopen. Verdergaande eisen hebben ze niet te stellen, en van enigerlei <em>verzet<\/em> tegen de opgelegde nieuwe arbeidsvoorwaarden en &#8220;harde ingrepen&#8221; moeten ze afzien. Als staat en kapitalisten decreteren waar en hoe op de middelen voor hun levensonderhoud bezuinigd moet worden, dan krijgen de arbeiders blijkbaar slechts hetzelfde alternatief voorgelegd dat toenmaals de ellende van huns gelijken heeft veroorzaakt: iemand vinden die hen uitbuit \u2013 voor welke prijs dan ook.<\/p>\n<p align=\"center\" style=\"text-align: center\" class=\"MsoNormal\">*<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">De <em>diametrale tegenstelling<\/em> tussen de kapitalistische groei en het levensonderhoud van de producenten \u2013 de reden voor de toenmalige strijd van de arbeiders \u2013 is tegenwoordig het officieel verkondigde en in de praktijk gerealiseerde programma. En wat doet de gemaltraiteerde klasse? Ziet ze aanleiding om op de allerminst achterhaalde loonstrijd terug te vallen? Geen sprake van! Het blijft erbij: ze laat haar belangen behartigen door anderen, die weten wat binnen de grenzen van het mogelijke haalbaar is \u2013 en wacht lijdzaam af wat haar overkomt.<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">\n<p class=\"MsoNormal\">\u00a9 Gegenstandpunkt Verlag, M\u00fcnchen<\/p>\n<p class=\"MsoNormal\">\n<p align=\"center\" style=\"text-align: center\" class=\"MsoNormal\">\n<p class=\"MsoNormal\">\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Van staatsbedreigende klassenstrijd tot vakbondsritueel I. Er was een tijd dat de leden van de loonafhankelijke klasse streden om van loonarbeid te kunnen leven. Ze waren niet langer bereid \u2013 vaak spontaan en plaatselijk, soms reeds op vakbondsniveau \u2013 om hun arbeidskracht onder de destijds heersende erbarmelijke omstandigheden in de fabrieken en voor miserabele lonen [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":0,"menu_order":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-123","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/123","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=123"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/123\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/arbeidenrijkdom.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=123"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}